Veelgestelde vragen

We helpen u graag op weg met uw vragen over onze laadstations. Per onderwerp vindt u hier de meest gestelde vragen van resellers en installateurs over Alfen laadstations.

Klik op één van de onderstaande categorieën en vervolgens op uw vraag. U ziet dan direct het antwoord.

 

  • Backoffice

      Hoe kan ik de backoffice van een laadstation wijzigen?

      Het is mogelijk de backoffice van een laadstation te wijzigen. Dit kan op de volgende twee manieren:


      1) Op locatie met de ACE Service Installer.

      Gebruik hiervoor Service Installer Setup (voor NG-platform). Dit programma kan worden gedownload via op de website van Alfen.

      Onder "Hoe kan ik inloggegevens verkrijgen voor de ACE Service Installer configuratietool?" vindt u informatie over het aanvragen van een account.

      Informatie over het gebruik van de Service Installer kunt u vinden onder "Hoe kan ik laadstations configureren met de ACE Service Installer configuratietool?"

       

      Let op!

      De ACE Service Installer kan alleen gebruikt worden op computers met een Windows-besturingssysteem.

       

      Backoffice wijzigen via de ACE Service Installer:

      1. Ga naar tabblad 'Connectivity'.
      2. Open de lijst ‘Backoffice preset’.
      3. U kunt uit de lijst met voorgeprogrammeerde backoffices uw keuze maken.
      4. Staat uw backoffice hier niet tussen? Dan kunt u via <Manually enter backend settings>  handmatig uw backoffice configureren.
      5. Selecteer de juiste ‘Connection method’, afhankelijk van hoe het laadstation op internet is aangesloten.
      6. Selecteer onder ‘Protocol’ de OCPP-versie waarmee de betreffende backoffice communiceert.
      7. Klik rechts onderin op 'Save'.
      8. Start het laadstation opnieuw op.

       

      2) Op afstand door middel van het wijzigen van configuratieparameters via een backofficesysteem.


      Let op! Wijzigt u de backoffice van een laadstation dat via een SIM-kaart verbinding maakt met een backoffice, dan zult u de SIM-kaart in het laadstation op locatie moeten verwisselen. Op afstand wijzigen is dan niet mogelijk.

      Backoffice wijzigen via het huidige backofficesysteem:

      1. Open de pagina in de backoffice waar de configuratie gewijzigd kan worden.
         De volgende configuratie parameters zijn van toepassing op het migreren van een laadstation:
        - BackOffice-URL-wired (indien bedraad verbonden)
        - BackOffice-Path-wired (indien bedraad verbonden)
        - BackOffice-URL-APN (indien verbonden via simkaart)
        - BackOffice-Path-APN (indien verbonden via simkaart)
        - Network
        - APN-Name (indien verbonden via simkaart)
        - APN-Password (indien verbonden via simkaart)
        - APN-User (indien verbonden via simkaart)
      2. Vul deze velden in de met de juiste waardes.
      3. Zorg dat de wijzigingen goed worden opgeslagen.
      4. Geef het laadstation een harde reset.

       

      Let op!
      Bij het wijzigen van deze instellingen is het belangrijk dat het laadstation tussendoor niet opnieuw wordt opgestart, maar pas op het moment dat de volledige confguratie is aangepast. Er bestaat hierbij namelijk het risico dat niet alle parameters zijn aangepast en het laadstation offline raakt. Wanneer dit gebeurt, kan de configuratie enkel nog op locatie gewijzigd worden.

      Hoe kan ik in ICU Connect een laadpas toegang geven tot een laadstation?

      Het is mogelijk om in ICU Connect een laadpas toegang te geven tot alle laadstations die onder uw beheer staan. Hiervoor moet de laadpas worden aangemaakt, welke vervolgens aan de juiste 'groep' moet worden toegevoegd. De laadpas is vervolgens geldig op alle laadstations die in betreffende 'groep' zitten. Volg hiervoor onderstaande stappen:

      1. Houd de laadpas voor de paslezer van het laadstation. De laadpas wordt op dit moment nog geweigerd.
      2. Zoek het laadstation op in ICU Connect.
      3. Op de pagina van het laadstation, ga naar het tabblad ‘Meldingen’. Hier ziet u dat uw laadpas is geweigerd.
      4. In deze melding ziet u “Autorisatie mislukt, lokale id=04XXXXXXXXXXX”, dit is het zogenaamde 'verborgen id'. Kopiëer deze reeks.
      5. In de menubalk van ICU Connect, klik op ‘Personen’.
      6. Klik in de linker kolom op ‘Identificaties’.
      7. Voer het ID in bij het ‘Verborgen ID’-veld om te controleren of deze ID al bekend is.
      8. Bestaat er al een laadpas met dit ID in ICU Connect? Dan is dit ID al bekend bij een andere CPO en aan een andere groep gekoppeld. Neemt u in dit geval contact op met Sales Support via ace.salessupport@alfen.com of via (+31)36 54 93 402.
      9. Bestaat er nog geen laadpas met dit ID in ICU Connect? Klik dan links naast de titel ‘Identificatie overzicht’ op ‘Creëer’. Een formulier wordt zichtbaar.
      10. In het veld ‘Verborgen id’ vult u het 'verborgen id' (uit Stap 4) in. Zorg dat u deze invult zonder spaties.
      11. Vul het veld ‘Zichtbaar id’ in met het nummer dat op de laadpas staat.
      12. Zet de verloopdatum naar een datum enkele jaren in de toekomst.
      13. Zet de Status op ‘Geldig’.
      14. Kies de groep (van het laadstation) waaraan de laadpas toegevoegd moet worden en zet deze in de kolom van ‘Geselecteerde Groepen’.
      15. Klik op ‘Invoeren’.

       

      De pas is nu toegevoegd aan de groep en er kan met de pas geladen worden op alle laadstations in de betreffende groep.

      Hoe kan ik een nieuwe backoffice integratie aanvragen?

      Het kan zijn dat een laadstation online moet komen op een backoffice dat nog niet met de Alfen laadstations geïntegreerd is. Er bestaat dan nog geen ‘backoffice preset’ voor het gewenste backoffice. Hierdoor kunnen er nog geen laadstations geproduceerd worden die direct verbinden met het gewenste backoffice-systeem, zodra ze worden ingeschakeld.

      Om dit in gang te zetten, kan een verzoek tot backoffice integratie worden ingediend via het Service portal van Alfen.

      Volg hiervoor onderstaande stappen:

      1. Ga naar support.alfen.com
      2. Log in op support.alfen.com met uw account of maak een nieuw account aan
      3. Selecteer de optie ‘Back office integration’
      4. Open een 'Request for back office integration' ticket

      Vervolgens zullen de experts van Alfen aan slag gaan om de integratie zo goed en volledig mogelijk uit te voeren.

      Houdt u er rekening mee dat zij technische informatie vanuit u nodig hebben en dat de snelheid van het integratieproces hiervan afhankelijk is. Mits de informatievoorziening snel verloopt en er genoeg capaciteit bij Alfen beschikbaar is, kan het gehele traject binnen een maand voltooid worden.

      Let op!
      Het is altijd mogelijk om een laadstation na plaatsing handmatig in te stellen via de ACE Service Installer, om zo te verbinden met het gewenste backoffice. Het is dus niet noodzakelijk dat dit in de fabriek al gebeurt.

      Hoe kan ik laadstations configureren via de backoffice?

      Om een laadstation te configureren via een backoffice, adviseren wij u de meest recente lijst met mogelijke Alfen backoffice configuratie parameters te raadplegen. Deze lijst, de "Backoffice configuration keys", worden met elke nieuwe firmware geactualiseerd en meegestuurd in de release notes. Indien u hiervan graag op de hoogte wilt worden gehouden, stuurt u dan een email naar ace.salessupport@alfen.com. U wordt dan toegevoegd aan de maillingijst. U kunt ze ook vinden op de website van Alfen.

       

      U kunt een laadstation configureren via een backoffice door de volgende stappen te volgen:

      1. Log in op het betreffende backoffice.
      2. Ga naar configuratie management voor het laadstation dat u wilt configureren.
      3. Haal de huidige configuratie op (voer een OCPP GetConfiguration commando uit).
      4. Vind de gewenste configuratie sleutel die u wilt wijzigen.
      5. Wijzig de waarde naar de gewenste waarde.
      6. Sla de waarde op / stuur deze waarde naar het laadstation (voer een OCPP ChangeConfiguration uit).

      Herstart het laadstation om de wijziging door te voeren.

       

      Waar kan ik een account voor EZ-connect aanvragen?

      U kunt een gebruikersaccount voor EZ-Connect aanvragen via onze website.

      Met dit account kunt u de laadstations die onder uw beheer staan inzien en monitoren.

      Hoe kan ik via de backoffice het logo op het display van het laadstation wijzigen?

      Het is mogelijk om het logo op het display te wijzigen via de backoffice. Om het logo in het laadstation te wijzigen moet u een update-bestand naar het laadstation sturen. Dit gaat volgens het mechanisme van firmware update, gebruikmakend van een *.fwu-bestand waar het beeld in verpakt zit. Bekijk voor instructies hoe dit te doen via het backoffice “Hoe kan ik de firmware op mijn laadstation een update geven?”.

       

      Het maken van het *.fwu-bestand kan via de ACE Service Installer als volgt:

       

      1. Sluit een laadstation aan en open de service ACE Service Installer. Dit mag een willekeurig laadstation zijn met display. Ga naar het tabblad ‘Interface’.
      2. Klik in het linker menu op ‘Display’.
      3. Klik op ‘Upload Image…’.
      4. Voeg het gewenste logo toe door bij ‘Image file location’ het juiste bestand te selecteren.
      5. Klik vervolgens op ‘Create Image Update File…’.
      6. Sla het *.fwu bestand op.

       

      Dit *.fwu bestand moet vervolgens door het backoffice naar het laadstation gestuurd worden. De instructies om dit uit te voeren verschillen per backoffice.

       

      Let op!

      Deze de ondersteuning van het wijzigen van een display logo is afhankelijk van de backoffice die u gebruikt. Het standaard protocol (OCPP) kent geen ondersteuning voor het uploaden van beelden naar het laadstation.

       

      Let op!

      Om het logo op het display te kunnen wijzigen dient u de “Personalized Display” feature te hebben ontgrendeld.

      Hoe kan ik gastgebruik op het laadstation toestaan, zodat anderen (tegen betaling) gebruik kunnen maken van het laadstation?

      De procedure van het toestaan van gastgebruik hangt af van de gekozen autorisatiemethode voor het laadstation.

       

      Standalone laadstation:

      U kunt een beperkt aantal geselecteerde gebruikers op een laadstation laten laden met gebruik van een ‘Whitelist’. Bekijk “Hoe kan ik een extra laadpas toevoegen aan het laadstation?” voor verdere instructies.

       

      Het is ook mogelijk alle gebruikers toegang tot het laadstation te geven. Ook onbekende RFID passen worden dan geaccepteerd.

       

      Standalone laadpalen delen geen transactiegegevens met andere systemen. Eventuele betaling zal georganiseerd moeten worden buiten het laadstation om.

       

      Autorisatie via de backoffice:

      Via de backoffice van Alfen (ICU Connect) kunt u kiezen uit een autorisatie dienstverlener, of een autorisatieprofiel.

      Een autorisatieprofiel biedt een combinatie van meerdere autorisatie dienstverleners. Op basis van de geselecteerde opties bepaalt u het bereik voor gastgebruik. Het meest uitgebreide profiel is ‘Ext.  Roaming’.

      De backoffice zal aangeboden laadpassen autoriseren door de geldigheid te controleren bij de geselecteerde autorisatie-dienstverleners. Geldige laadpassen kunnen op het laadstation worden gebruikt en worden bijgehouden in de backoffice.

       

      Als de laadpas geldig is, zal de laadsessie gestart worden.

       

      Omdat het laadstation transactiegegevens deelt met de aangesloten backoffice, is het mogelijk om verrekening toe te staan. Dit verloopt echter niet via Alfen.

      Tevens is het mogelijk om in plaats van een autorisatie-profiel, te kiezen om individuele RFID-tags toe te voegen als geldige autorisatie. Kijk voor instructies betreft het toevoegen van laadpassen in ICU Connect bij “Hoe kan ik in ICU Connect een laadpas toegang geven tot een laadstation?”.

      Ik wil een laadpas toevoegen aan een laadstation in ICU Connect, echter krijg ik de melding dat hij al bestaat. Wat moet ik nu doen?

      Indien uw laadpas is geregistreerd in ICU Connect, maar niet is toegevoegd aan uw groep, dan is deze vanwege privacy redenen niet zichtbaar. Neemt u in dit geval contact op met Sales Support via ace.salessupport@alfen.com of via (+31)36 54 93 402. Vermeld in dit verzoek aan welke groep, op ICU Connect, u de gewenste pas toegevoegd wilt hebben. Vermeld ook de tag (hidden-ID) van de laadpas.

       

      Na controle zal Alfen de laadpas voor u toevoegen en u hierover informeren via het service verzoek.

      Wat houden de verschillende statussen van de 'socket' in ICU Connect in?

      Elk socket heeft een status in ICU Connect waarmee op afstand wordt aangeduid wat de huidige situatie is op dat socket. De statussen in ICU Connect betekenen het volgende:

      • Available:
        Het laadstation is beschikbaar en gereed om te laden.
      • Unavailable:
        Het laadstation is niet beschikbaar en er kan niet geladen worden. Dit kan bijvoorbeeld komen doordat er werkzaamheden zijn gepland of dat het laadstation bezig is met updaten.
      • Occupied:

      De status ‘Occupied’ kan twee betekenissen hebben:

      1. Het laadstation is bezet. Dit houdt in dat er een stekker in het socket zit en hoeft niet te betekenen dat er ook een laadtransactie loopt op dit socket.
      2. Er vindt een laadtransactie plaats. Het kan zijn dat het voertuig momenteel vermogen afneemt. Het kan ook dat er een laadsessie loopt maar er tijdelijk geen vermogen wordt afgenomen.
      • Faulted:

      Er is een probleem in het laadstation of tijdens het gebruik van het laadstation opgetreden. Meer informatie kunt u vinden in het tabblad ‘Meldingen’. Indien u nog meer informatie wilt kunt u in het tabblad logging op het  icoontje klikken van het bijbehorende gelogde bericht. U kunt het bijbehorende gelogde bericht terug vinden door de tijd van de melding te controleren met de tijd van het gelogde bericht.

      Waar staat een 'pool' of 'groep' voor in ICU Connect?

      Groepen oftewel ‘pools’ in ICU Connect worden gebruikt om het beheer van laadstations mee te organiseren. Het werkt als een organigram waarbij de bovenliggende groepen altijd toegang en beheer kunnen doen van de onderliggende groepen. Hierdoor kan bijvoorbeeld toegangsbeheer op individueel laadstation niveau (wanneer er 1 laadstation in 1 groep zit op het laagste niveau) geregeld worden of juist voor een hele groep met laadstations. Het is ook mogelijk toegangsbeheer in te richten voor meerdere laadstations verdeeld over meerdere groepen die vallen onder 1 hoofdgroep.

       

      Als u heel specifieke instellingen wenst, houdt daar rekening mee met de organisatie van subgroepen. De hoofdgroep mag dan juist geen overkoepelende instellingen bevatten. Dit komt omdat een laadstation dat in een subgroep zit, ook in de hoofdgroep zit.

       

      De groepenstructuur kan niet vergeleken worden met een mappenstructuur. Een laadstation is dus toegewezen aan de hoofdgroep en aan een of meerdere subgroepen. Daarnaast kan hetzelfde laadstation in meerdere hoofdgroepen zitten. Let als beheerder daarom goed op kruisverbanden. Houdt daarom de groepsstructuur zo eenvoudig mogelijk, met bijvoorbeeld locatie, autorisatie of toegang als onderscheidende factor.

       

       

      Hoe stel ik de openingstijden van een laadstation in ICU Connect in?

      Het kan zijn dat u voor een laadstation bepaalde openingstijden wilt instellen. Bijvoorbeeld op een bedrijfslocatie waar het laadstation overdag beschikbaar is voor gebruik, maar waar buiten niet geladen mag worden.

       

      Openingstijden worden gebruikt om te bepalen of gebruikers toegang krijgt tot een laadstation. Binnen openingstijdens wordt een geldige laadpas geautoriseerd. Buiten openingstijden worden alle laadpassen geweigerd.

       

      Het aanpassen van de openingstijden gaat als volgt:

      1.            Open het laadstation in ICU Connect.

      2.            Klik op de detailpagina op het agenda-icoon bij ‘Opening times’.

      3.            Stel een of meerdere dagen/tijdsperiodes in.

      4.            De openingstijden zijn bij deze actief op het laadstation.

       

      Let op!

      Eenmaal gestart met een transactie blijft deze doorlopen tot deze is afgerond. Ook buiten openingstijden.

       

      Mocht u gebruikmaken van een andere backoffice dan ICU connect, neem dan contact op met uw backoffice aanbieder.

      Hoe kan ik op afstand een laadkabel ontgrendelen in ICU Connect?

      Het kan gebeuren dat er een laadkabel vast blijft zitten in het laadstation en dat het niet lukt om deze op de gebruikelijke manier te ontgrendelen. Een veelvoorkomende oorzaak hiervan is bijvoorbeeld een defecte laadpas.

       

      In dat geval is het mogelijk om via de backoffice de laadkabel te ontgrendelen.

      Dit gaat als volgt:

      1. Open het laadstation in ICU Connect.
      2. Klik op de knop ‘Unlock’, rechts van de socket waarin de kabel vast zit.
      3. Geef indien gewenst een reden aan waarom de kabel wordt ontgrendeld.
      4. De kabel zal nu worden vrijgegeven.

       

      Mocht u gebruikmaken van een andere backoffice dan ICU Connect, neem dan contact op met uw backoffice aanbieder.

      Hoe exporteer ik transacties van een laadstation vanuit ICU Connect?

      U kunt een overzicht van transacties uit ICU Connect verkrijgen via het tabblad ‘Transacties’. U kunt hier filteren en van de getoonde resultaten een export krijgen. Er zijn verschillende manieren van exporteren mogelijk:

       

      • Excel: U krijgt een lijst in .csv bestandsformaat.
      • CDR (Charge Detail Record): U krijgt de lijst in .xls bestandsformaat vormgegeven op een standaard manier. Deze lijst kan gebruikt worden voor het verrekenen van transacties.
      • Eichrecht CDR: U krijgt de lijst in .xls bestandsformaat vormgegeven op een daarvoor standaard manier voor Eichrecht transacties. Deze lijst kan gebruikt worden voor het verrekenen van transacties.

       

      Let op!

      Tijdens het exporteren opent een scherm waarin gekozen kan worden om het exportbestand te mailen. Kies voor deze optie als het lang duurt voordat de download beschikbaar is. ICU Connect maakt voor het mailen gebruik van het mailadres van de beheerder die ingesteld staat in ICU Connect.

      Hoe wijzig ik de configuratie van een laadstation in ICU Connect?

      U kunt de configuratie van een laadstation wijzigen in ICU Connect door de volgende stappen te volgen:

       

      1. Ga naar het betreffende laadstation in ICU Connect door deze aan te klikken of te zoeken middels het laadpunt-ID.

       

      1. Ga naar het tabblad ‘Configuratie’ en klik op ‘Ophalen Configuratie’.

      1. Wacht enkele momenten totdat de huidige configuratie van het laadpunt is opgehaald. Dit is afhankelijk van de internetverbinding van het laadpunt.
      2. Controleer of de huidige configuratie reeds is opgehaald door de tijd en datum te controleren onder ‘Laatste keer opgehaald’. Was dit zojuist? Dan heeft u de meest recente configuratie opgehaald.

       

      1. Zoek de configuratie-parameter die u wilt wijzigen op in de lijst en klik op ‘wijzigen’.

       

      1. Wijzig de parameter naar de juiste waarde en klik op ‘opslaan’.

       

      1. Nadat de waarde is opgeslagen, moet deze nog verstuurd worden naar het laadpunt. In de lijst met configuratie-parameters, klik vervolgens op ‘Versturen’.

       

      1. Om te controleren of de configuratie gewijzigd is, kunt u nogmaals de configuratie ophalen middels de knop ‘Ophalen Configuratie’. De parameter zou nu gewijzigd moeten zijn. Het ophalen van de configuratie kan opnieuw enkele momenten duren.

      Kan ik zelf achteraf van backoffice-leverancier wisselen?

      Alfen laadstations zijn "simlockvrij". Dit houdt in dat verschillende backoffice systemen op een Alfen laadstation toegepast kunnen worden, mits de OCPP-versies 1.5 en 1.6 OCPP-JSON ondersteunt worden.

      U kunt ook op een later moment nog van backoffice-leverancier wisselen, bijvoorbeeld door een ‘standalone’ laadstation (zonder backoffice) aan te schaffen en op een later moment te configureren om verbinding te maken met een backoffice-systeem naar keuze.

       

      Onder "Hoe kan ik de backoffice van een laadstation wijzigen?" vindt u instructies over het wijzigen van deze configuratie.

  • Configuration

      Welke backoffices worden ondersteund door Alfen laadstations?

      Alfen laadstations zijn "simlockvrij". Dit houdt in dat ieder backoffice op een laadstation toegepast kan worden, mits het de OCPP-versies ondersteunt die Alfen heeft geïmplementeerd.

      Momenteel ondersteunen Alfen laadstations de OCPP-versies 1.5 en 1.6 (JSON).

      In het tabblad 'Connectivity' in de ACE Service Installer staat onder 'backoffice preset' een lijst met de reeds geïntegreerde backoffice presets.

      Het is ook mogelijk om handmatig een backofficeverbinding in te stellen. Selecteer hiervoor de optie 'Manually enter backoffice settings'.

      Hoe kan ik de firmware op mijn laadstation een update geven?

      Er wordt met regelmaat een nieuwe firmware versie gepubliceerd, waarin verbeteringen voor de software van de laadstations zijn opgenomen. Indien u hiervan graag op de hoogte wilt worden gehouden, stuurt u dan een email naar ace.salessupport@alfen.com. U wordt dan toegevoegd aan de maillinglijst.

      Wij adviseren om met enige regelmaat de firmware van een laadstation bij te werken naar de meest recente versie.

      Het updaten van de firmware van een laadstation kan op twee manieren:


      1) Op locatie met de ACE Service Installer.

      Gebruik hiervoor ACE Service Installer Setup (voor NG-platform), dit programma kan worden gedownload via alfen.com/downloads. Onder "Hoe kan ik inloggegevens verkrijgen voor de ACE Service Installer configuratietool?" vindt u informatie over het aanvragen van een account.

      1. Ga in de ACE Service Installer naar het tabblad 'General'.
      2. Klik op 'Update firmware ...'.
      3. Kies de gewenste firmwareversie uit de lijst en klik op 'Start upload'. Het laadstation zal zich herstarten.

      2) Op afstand via een backoffice.
      Bij een update op afstand wordt het firmware bestand (.fwi) naar het laadstation gestuurd vanaf een ftp-server. De meeste backoffice-systemen hebben dit ingericht en kunnen firmware updates naar het laadstation sturen. Raadpleeg bij vragen uw backoffice-leverancier.

      Hoe kan ik de output (in kW) van het laadstation aanpassen?

      Het is mogelijk om het maximale Ampèrage van een laadstation aan te passen.

      Dit kan op twee manieren:


      1) Op locatie met de ACE Service Installer.

      Gebruik hiervoor de Service Installer Setup (voor NG-platform), dit programma kan worden gedownload via de website van Alfen.

      Onder "Hoe kan ik inloggegevens verkrijgen voor de ACE Service Installer configuratietool?" vindt u informatie over het aanvragen van een account.

       

      1. Ga in de ACE Service Installer naar het tabblad 'Power settings'.
      2. Verander de 'Station MaxCurrent' (vul hier de waarde in van de beveiliging (automaat of zekeringen) waarop het laadstation is aangesloten) naar de gewenste waarde (in Ampère).
      3. Verander de 'Connector MaxCurrent' naar de gewenste waarde (in Ampère).
      4. Voor laadstations met twee aansluitingen, zijn er twee Connector Max Currents. (screenshot uit de Service Installer).
      5. Klik op 'Save'.

       

      2) Op afstand via een backoffice.

      1. Ga naar het Configuratie-tabblad in de backoffice.
      2. Wijzig de parameter 'StationMaxCurrent' (kan worden gezien als de eindgroep waarop het laadstation is afgezekerd) naar de gewenste waarde (in Ampère).
      3. Wijzig de parameter 'Connector1MaxCurrent' naar de gewenste waarde (in Ampère). 
      4. Voor een laadstation met twee aaansluitingen zal ook 'Connector2MaxCurrent' gewijzigd moeten worden.

       

      Zorg er altijd voor dat de Station MaxCurrent niet lager is dan de waarde van Connector-MaxCurrent van beide sockets. De stroomvoorziening kan in dat geval mogelijk onderbroken worden door overbelasting. U kunt dit voorkomen door Standaard Load Balancing in te schakelen.

      Hoe kan ik een extra laadpas toevoegen aan het laadstation?

      Het toevoegen van (extra) laadpassen aan een laadstation kan op de volgende manieren:

       

      1) Op locatie met de ACE Service Installer.

      Wanneer een lader 'standalone' is geconfigureerd, dan kan een laadpas toegevoegd worden via de ACE Service installer:

      1. Open het tabblad 'Authorization'.
      1. Zorg dan bij het kopje ‘Authorization’ de opties ‘White list enabled’ en ‘Local list enabled’ zijn aangevinkt.
      2. Klik onder het kopje ‘Whitelist’ op 'Auto add'.
      3. Houd de laadpas vervolgens voor de reader van het laadstation.
      4. De laadpas zal worden toegevoegd aan de whitelist.

       

      2) Lokaal middels een zogenaamde Masterkey.

      Wanneer er een masterkey is ingesteld, dan kan de pas met behulp van de masterkey worden toegevoegd. Functionaliteit en configuratie van een masterkey staan beschreven in de Eve Double en Eve Single handleidingen. De handleidingen zijn terug te vinden op alfen.com/downloads.

       

      3) Op afstand met een backoffice systeem.

      Wanneer een laadstation verbonden (online) is met de backoffice, verloopt de autorisatie van gebruikers via het desbetreffende backoffice-systeem. Afhankelijk van het geselecteerde backoffice werkt dit anders.

      Staat het laadstation in de backoffice ICU Connect? Dan staat het antwoord onder "Hoe kan ik de autorisatie van een laadpas in ICU connect configureren". Voor instructies bij andere backoffices, verwijzen we u graag naar uw backoffice-leverancier.

      In OCPP kunt u de zogenaamde “Local Authorization List” vullen met laadpassen zodat het laadstation in offline situaties voor die laadpassen kan blijven werken.

      Kan ik een laadstation ombouwen van een vaste kabel model naar een socket model of andersom?

      Het ombouwen van een laadstation naar een ander type of model, wordt niet door Alfen ondersteunt. Indien u een ander model laadstation wenst, adviseren wij om een nieuw laadstation te bestellen. 

      Het is overigens wel mogelijk om een andere lengte vaste kabel aan te schaffen (bv. van 5m naar 8m) en te installeren op een bestaand laadstation.

      Hoe kan ik een laadstation omzetten naar naar Plug & Charge-autorisatie?

      Bij Plug & Charge-autorisatie start het laadstation de transactie automatisch zodra er een voertuig is aangesloten, zonder dat er een laadpas nodig is.

      Dit kunt u op twee manieren configureren:

      1) Op locatie met de ACE Service Installer.

      Gebruik hiervoor de Service Installer Setup (voor NG-platform). Dit programma kunt u hier vinden. Onder "Hoe kan ik inloggegevens verkrijgen voor de ACE Service Installer configuratietool?" vindt u informatie over het aanvragen van een account.

      1. Ga in de ACE Service Installer naar het tabblad 'Authorization'.
      2. Selecteer 'Authorization' in het menu links.
      3. Selecteer de Authorization Mode 'Plug & Charge'.
      4. Vul het Plug and charge ID in. Dit moet een hexadecimale waarde zijn. Dit kan het objectnummer van het laadstation of een bestaand hidden-ID van een laadpas zijn.

       

      2) Op afstand via een backoffice.

      Via de backoffice configureert u de volgende parameters:

      1. De AuthorisationMethod moet op 'Plug&Charge' staan.
      2. De PlugAndChargeIdentifier moet gevuld worden. Dit moet een hexadecimale waarde zijn. Dit kan het objectnummer van het laadstation of een bestaand hidden-ID van een laadpas zijn.


      Let op!
      De PlugAndChargeIdentifier moet in de backoffice ingesteld staan als geldig ID. Anders zal het ID geweigerd worden en kan er geen transactie worden gestart.

      Wat betekenen de verschillende configuratie-parameters in de backoffice?

      De Alfen laadstations beschikken over een breed scala aan configuratie-parameters, welke zowel lokaal via de ACE Service Installer als via de backoffice ingesteld kunnen worden. 

      Een lijst met alle mogelijke parameters is terug te vinden in de lijst "Backoffice configuration keys". Deze wordt met elke nieuwe firmware geactualiseerd en meegestuurd in de release notes. Indien u hiervan graag op de hoogte wilt worden gehouden, stuurt u dan een email naar ace.salessupport@alfen.com. U wordt dan toegevoegd aan de maillingijst. U kunt ze ook hier vinden.

      In de "Back office configuration keys" is een omschrijving te vinden waarin staat uitgelegd waar elke parameter voor gebruikt kan worden en wat de wat de mogelijke waarden zijn.

      Welke mogelijke parameters zijn er om Alfen laadstations in te stellen?

      De Alfen laadstations beschikken over een breed scala aan configuratie-parameters, welke zowel lokaal via de ACE Service Installer als via de backoffice ingesteld kunnen worden. 

      Een lijst met alle mogelijke parameters is terug te vinden in de lijst "Backoffice configuration keys". Deze wordt met elke nieuwe firmware geactualiseerd en meegestuurd in de release notes. Indien u hiervan graag op de hoogte wilt worden gehouden, stuurt u dan een email naar ace.salessupport@alfen.com. U wordt dan toegevoegd aan de maillingijst. U kunt ze ook hier vinden.

      In de "Back office configuration keys" is een omschrijving te vinden waarin staat uitgelegd waar elke parameter voor gebruikt kan worden en wat de wat de mogelijke waarden zijn.

      Hoe kan ik gastgebruik op het laadstation toestaan, zodat anderen (tegen betaling) gebruik kunnen maken van het laadstation?

      De procedure van het toestaan van gastgebruik hangt af van de gekozen autorisatiemethode voor het laadstation.

       

      Standalone laadstation:

      U kunt een beperkt aantal geselecteerde gebruikers op een laadstation laten laden met gebruik van een ‘Whitelist’. Bekijk “Hoe kan ik een extra laadpas toevoegen aan het laadstation?” voor verdere instructies.

      Het is ook mogelijk alle gebruikers toegang tot het laadstation te geven. Ook onbekende RFID passen worden dan geaccepteerd.

      Standalone laadpalen delen geen transactiegegevens met andere systemen. Eventuele betaling zal georganiseerd moeten worden buiten het laadstation om.

       

      Autorisatie via de backoffice:

      Via de backoffice van Alfen (ICU Connect) kunt u kiezen uit een autorisatie dienstverlener, of een autorisatieprofiel.

      Een autorisatieprofiel biedt een combinatie van meerdere autorisatie dienstverleners. Op basis van de geselecteerde opties bepaalt u het bereik voor gastgebruik. Het meest uitgebreide profiel is ‘Ext.  Roaming’.

      De backoffice zal aangeboden laadpassen autoriseren door de geldigheid te controleren bij de geselecteerde autorisatie-dienstverleners. Geldige laadpassen kunnen op het laadstation worden gebruikt en worden bijgehouden in de backoffice.

       

      Als de laadpas geldig is, zal de laadsessie gestart worden.

       

      Omdat het laadstation transactiegegevens deelt met de aangesloten backoffice, is het mogelijk om verrekening toe te staan. Dit verloopt echter niet via Alfen.

      Hoe kan ik zorgen dat ik de gewenste meterwaarden in de backoffice terug zie?

      Alfen laadstations kunnen veel verschillende meterwaarden versturen.

      Met de configuratie-parameter ‘MeterValuesSampledData’ kan worden ingesteld welke meterwaarden er door het laadstation gecommuniceerd worden naar een backoffice.

      Standaard staat deze configuratie op ‘Energy.Active.Import.Register’, waarbij de meterwaarde voor het geïmporteerde aantal kWh van de kWh-meter wordt gecommuniceerd.

       

      Het is mogelijk meerdere (tot maximaal 9) meterwaarden mee te sturen. De ondersteunde waarden zijn:

      • Energy.Active.Import.Register
      • Power.Active.Import, Current.Import
      • Voltage
      • Temperature
      • Current.Offered
      • Frequency
      • Power.Factor

       

      Sommige van deze waarden kunnen per fase (of tussen twee fasen in het geval van spanning) gecommuniceerd worden. Bekijk de lijst met actuele configuratie-parameters op de website van Alfen onder ‘Firmware releases ACE’ voor alle mogelijkheden.

      Voor exacte informatie over wat de verschillende waarden inhouden, kunt u de OCPP-specificatie downloaden van www.openchargealliance.org.

       

      Het wijzigen van de configuratie over de gecommuniceerde meterwaarden kan op 2 manieren:

       

      1) Op locatie via de ACE Service Installer:

      1. Ga naar tabblad 'Connectivity'.
      2. Vink rechtsboven het ‘Advanced Settings’ aan
      3. In het linker menu, selecteer ‘Meter value
      4. Klik op ‘Meter Value Sampled Data
      5. Selecteer welke meterwaarden u wenst te door te sturen naar de backoffice met behulp van elke dropdown-box.

       

      2) Op afstand via een backoffice:

      1. Wijzig de parameter MeterValuesSampledData naar de gewenste waarde.
      2. Let hierbij goed op het volgende:

      Meetwaarden worden gecombineerd met de fase (gescheiden door een punt "."). Voltage-meterwaarden ondersteunen de faseconfiguratie:

      L1-N, L2-N, L3-N, L1-L2, L2-L3, L3-L1

      Voorbeeld van een waarde: Voltage.L1-N

      De waarden van de stroom-, vermogens- en powerfactor ondersteunen de faseconfiguratie:

      L1, L2, L3

      Voorbeeld van een waarde: 'Current.Import.L1'.

       

      Wanneer de 'SmartChargingMode' (OCPP 1.5+) wordt gebruikt, zijn de volgende meterwaarden van toepassing:

      Current.L1 ; Current.L2 ; Current.L3

      Hoe werkt de 'Master Key’-functionaliteit?

      De 'Master Key'-functionaliteit is voornamelijk ontwikkeld voor ‘standalone’ laadstations (zonder backoffice) en biedt een eenvoudige manier om laadpassen toe te voegen aan de whitelist.

      Er wordt hierbij één RFID kaart ingesteld als ‘Master Key’. Met deze ‘Master Key’ kan vervolgens de toegang voor andere gebruikers worden geregeld, zonder gebruik te hoeven maken van de ACE Service Installer. Als de kaart is geprogrammeerd als ‘Master Key’, kan deze niet meer worden gebruikt voor het laden op dat specifieke station.

       

      Het is mogelijk om een Master Key te installeren in elk Alfen laadstation waarin de functie is geactiveerd. Op één locatie met meerdere laadstations kan de beheerder van de locatie één enkele Master Key gebruiken om de toegang tot alle laadstations te beheren.

       

      Om gebruik te kunnen maken van deze functie moet de autorisatiemethode worden ingesteld op RFID en moet de ‘Master Key’-functionaliteit worden ingeschakeld.

      U kunt de ‘Master Key’ als volgt instellen:

       

      1) Op locatie met de ACE Service Installer.

      Gebruik hiervoor ACE Service Installer Setup (voor NG-platform), dit programma kan worden gedownload via alfen.com/downloads. Onder "Hoe kan ik inloggegevens verkrijgen voor de ACE Service Installer configuratietool?" vindt u informatie over het aanvragen van een account.

      1. Ga in de ACE Service Installer naar het tabblad 'Authorization'.
      2. Selecteer in het linker menu ‘Master card’.
      3. Wijzig de ‘Master card mode naar ‘Enabled’.
      4. Sla de configuratie op.

       

       

       

      2) Op afstand via een backoffice.

      1. Ga naar het Configuratie-tabblad in de backoffice.
      2. Wijzig de parameter 'MasterKey‐isEnabled’ naar ‘True’.
      3. Sla de configuratie op.

       

      Nieuwe laadpas aan de whitelist toevoegen met de Master Key

      Op het moment dat de functionaliteit is geactiveerd, kunt u laadpassen toevoegen aan de whitelist van het laadstation. Dit doet u door eerst de Master Key voor te houden en vervolgens de laadpas die u toe wilt voegen.

      Nadat deze handeling is uitgevoerd, kunt u de zojuist toegevoegde laadpas op het laadstation gebruiken (zonder verder gebruik van de Master Key).

       

      Laadpas uit de whitelist verwijderen met de Master Key

      Als u vervolgens weer een laadpas uit de whitelist wilt verwijderen, dient u weer eerst de Master Key voor te houden en dan de betreffende laadpas. Het laadstation zal zien dat deze laadpas al aan de whitelist was toegevoegd en deze verwijderen.

      Hoe kan ik de helderheid van het display op het laadstation wijzigen?

      U kunt de helderheid van het display van uw Alfen laadstation op elk moment wijzigen.

      Tevens is het mogelijk om het display automatisch te dimmen met behulp van de ‘AutoDim’-functie. Met deze functie wordt na 60 seconden zonder activiteit op het laadstation het display automatisch gedimd.

       

      Het wijzigen van de helderheid van het display kan op de volgende twee manieren:


      1) Op locatie met de ACE Service Installer.

      Gebruik hiervoor ACE Service Installer Setup (voor NG-platform), dit programma kan worden gedownload op de website van Alfen. Onder "Hoe kan ik inloggegevens verkrijgen voor de ACE Service Installer configuratietool?" vindt u informatie over het aanvragen van een account.

      1. Ga in de ACE Service Installer naar het tabblad 'Interface'.
      2. Selecteer in het linker menu de optie ‘Intensity’.
      3. Stel de helderheid in op het gewenste niveau. 100% is hierbij het meest helder en 0% het minst helder. Het is ook mogelijk om de functie 'AutoDim' hier te activeren.

      1. Sla de configuratie op.

       

      2) Op afstand via een backoffice.

      1. Ga naar het Configuratie-tabblad in de backoffice.
      2. Wijzig de parameter 'LightIntensity' naar de gewenste waarde tussen 0-100%.
      3. Wijzig eventueel de parameter ‘AutoDimLights’ naar de gewenste waarde (True of False).
      4. Sla de configuratie op.

      Met regelmaat wanneer ik de ACE Service Installer opstart staat dat er een update beschikbaar is. Moet ik deze altijd downloaden?

      Alfen publiceert regelmatig updates voor de ACE Service Installer. Hierin worden verschillende productverbeteringen doorgevoerd. Het advies van Alfen is om zowel de ACE Service Installer als uw laadstations altijd te voorzien van de meest recente updates.

  • Installation

      Hoe kan ik Alfen laadstations instellen?

      Alfen laadstations kunnen op twee manieren worden ingesteld.

      1) Op locatie met de ACE Service Installer.

      Gebruik hiervoor de Service Installer Setup (voor NG-platform), dit programma kunt u downloaden op de website van Alfen.

      Onder "Hoe kan ik inloggegevens verkrijgen voor de ACE Service Installer configuratietool?" vindt u informatie over het aanvragen van een account.

      Instructies voor het instellen van het laadstation met de ACE Service Installer kunt u vinden onder "Hoe kan ik laadstations configureren met de ACE Service Installer configuratietool?". 

      2) Op afstand via een backoffice.
       Hiervoor moet uiteraard wel een backoffice ingesteld zijn. Een zogenaamd 'standalone' laadstation kan dus enkel op locatie ingesteld worden. Instructies voor het instellen van uw laadstation via de backoffice kunt u vinden onder "Hoe kan ik laadstations configureren via de backoffice?". 

      Hoe kan ik controleren welk IP-adres een laadstation heeft gekregen op het netwerk?

      Het IP-adres van uw laadstation op het lokale netwerk (LAN), kunt u controleren m.b.v. de ACE Service Installer.

       

      Algemene informatie over het gebruik van de ACE Service Installer kunt u vinden onder "Hoe kan ik laadstations configureren met de ACE Service Installer configuratietool?".

      In de ACE Service Installer volgt u onderstaande stappen om het IP-adres te controleren:

      1. Ga naar het tabblad 'Connectivity'.
      2. Selecteer in het menu links de optie 'Wired'.
      3. Zorg dat in de rechterbovenhoek de optie 'Advanced Settings' is aangevinkt.

      U kunt nu het IP-adres van het laadstation inzien en deze desgewenst vastzetten (middels de optie "Fixed IP address").

      Hoe kan ik inloggegevens verkrijgen voor de ACE Service Installer configuratietool?

      Een account voor de ACE Service Installer configuratietool kan worden aangevraagd via support.alfen.com.

      Dit doet u op de volgende manier:

      1. Log in op het serviceportaal. Heeft u daar nog geen account voor? Dan kunt u deze direct aanmaken.
      2. Ga naar 'Configuration tool'.
      3. Ga naar 'Request for account'.
      4. Vraag uw account aan. Accounts zijn persoonsgebonden. U kunt dus geen algemeen account voor het hele bedrijf aanvragen.

      Let op!

      Het kan tot twee werkdagen duren voordat u de inloggegevens ontvangt. Vraag deze dus op tijd aan.

      Hoe kan ik laadstations configureren met de ACE Service Installer configuratietool?

      Een laadstation kan lokaal worden geconfigureerd met een Windows-laptop. Om het laadstation te kunnen configureren heeft u de ACE Service Installer-software nodig. U kunt de ACE Service Installer hier downloaden. Hier kiest u voor "Service Installer Setup (voor NG-platform)".

       

      U kunt met de ACE Service Installer het laadstation configureren wanneer uw laptop met hetzelfde lokale netwerk verbonden is als het laadstation. Deze verbinding kan ook tot stand gebracht worden door een netwerkkabel aan te sluiten tussen uw laptop en het laadstation.

      Zorg wel dat het laadstation binnen dezelfde IP-range staat als de laptop, anders kunnen ze niet met elkaar communiceren.

      Nadat u bent ingelogd in de ACE Service Installer (zie voor het aanvragen van inloggegevens "Hoe kan ik inloggegevens verkrijgen voor de ACE Service Installer configuratietool?") kunt u de configuratie van het laadstation inzien en wijzigen.

      Kan ik een 3 fase laadstation op 1 fase aansluiten in de meterkast?

      Ja, een 3-fase laadstation kan zonder problemen aangesloten worden op 1-fase. Let wel op dat fase 1 uit de installatie wordt aangesloten op fase 1 van het laadstation. Het is niet toegestaan om fase 1, 2 en 3 aan elkaar door te lussen.  

      Wij adviseren u in dit geval wel om alvast de voedende kabel voor te bereiden voor 3-fasen, mocht u in de toekomst het laadstation toch op 3-fasen willen aansluiten.

      Op welke stroomnetten werken de laadstations van Alfen?

      Alfen laadstations werken op TT, TN-S, TN-C en IT stelsels. 

      Let op!
      Het laden van een voertuig vereist de juiste spanningen tussen de fasen en neutraal (L-N ≈ 230 V). Het is belangrijk dat hier rekening mee wordt gehouden.

      Voor IT-netten kan één van de fasen worden gebruikt als vervanging van de neutraal wanneer deze niet wordt aangeleverd vanuit het net. In deze situatie is laden op 3-fasen niet meer mogelijk. 

      Let bij het instellen van het laadstation ook op de configuratie-parameter 'StrictPEMeasurement'. De waarde staat standaard op 'True'. Voor IT-netten en andere stroomnetten zonder neutraal, adviseren wij deze op 'False' in te stellen.

      Waar kan ik de installatiehandleidingen vinden?

      De meest recente installatiehandleidigen kunt u hier terugvinden. Ze zijn weergegeven als ‘Manual’ (bijvoorbeeld ‘Manual Eve Single’).

      Wanneer kan ik het beste een laadstation bedraad (LAN) en wanneer via SIM (GPRS) aansluiten?

      Een laadstation kan verbonden worden met een backoffice. Deze verbinding wordt gemaakt via het internet. De mogelijkheden om een laadstation met het internet te verbinden zijn bedraad via een Local Area network (LAN) of draadloos via General Packet Radio Service (GPRS / 2G / 2.5G) verbinding.

      In de volgende gevallen wordt geadviseerd om laadstations bedraad te verbinden met het internet:

      • Geen of slechte GPRS-netwerkdekking (meer dan -90dBm)
      • Ondergrondse parkeergarage
      • Betonnen constructies
      • Afgelegen locatie
         

      In de volgende gevallen wordt geadviseerd om laadstations via GPRS te verbinden met het internet:

      • Laadstation kan niet verbinden met het internet via het aanwezige LAN (bijvoorbeeld vanwege firewalls).
      • Gewenste onafhankelijkheid van de lokale internetverbinding.
         

      Let op!
      In gevallen waar u niet uit de voeten kunt met beide opties, is het mogelijk om lokaal een LAN-netwerk met internet verbinding aan te leggen door middel van een 4G modem/router.

      Wat is de maximale diameter van de voedingskabels die ik in een laadstation kan aansluiten?

      De maximaal geadviseerde diameter van de voedingskabels verschilt per type laadstation.

      Eve Single:
      Wartel, diameter kabel: 14-25.5mm
      Diameter kabel in klemmenstrook:

      • 10mm2 per ader: solid (VD) wire, vaste ader
      • Max. 6mm2 per ader: stranded (VDS) wire, flexibel met adereind-hulzen
         

      Eve Double:
      Wartel, diameter kabel: 17mm – 25.5mm
      Diameter kabel in klemmenstrook: max. 16 mm2 per ader

      De meest up-to-date informatie (ook over bijvoorbeeld minimale kabeldikte) is terug te vinden in de 'Installatie handleiding' van Alfen. De handleidingen zijn terug te vinden op alfen.com/downloads.

      Hoe kan ik controleren of het internetsignaal van het laadstation voldoende is?

      Indien een laadstation met een simkaart via GPRS wordt aangesloten, is het belangrijk dat het internetsignaal ter plaatse (in –dBm) sterk genoeg is.

       

      U kunt in de ACE Service Installer de signaalsterkte controleren.

      Dit doet u als volgt:

      1.            Ga het tabblad ‘Connectivity’.

      2.            Klik in de linker balk op het kopje ‘GPRS’.

      3.            Zorg dat rechtsboven de ‘Advanced Settings’ zijn aangevinkt.

      4.            Lees bij de ‘GPRS signal strength’ de actuele signaalsterkte uit.

       

      Zolang de GPRS-signaalsterkte tussen –45 en –90dBm is, kan het laadstation online blijven.

      Wanneer de signaalsterkte slechter is (bijv. -100dBm), kan het voorkomen dat geen verbinding tot stand kan komen, of dat deze instabiel is.

      Op de volgende soort locaties kan het voorkomen dat het signaal te zwak is:

      •             Ondergrondse parkeergarages

      •             Bij dikke betonconstructies

      •             Afgelegen locaties

       

      Op dergelijke locaties wordt geadviseerd het laadstation bedraad (via LAN/Ethernet) aan te sluiten.

      Hoe kan ik controleren in de ACE Service Installer of het laadstation verbinding heeft met de backoffice?

      Volg onderstaande stappen om via de ACE Service Installer te controleren of het laadstation verbinding heeft met het backofficesysteem:

      1. Maak verbinding met het laadstation via een ethernetkabel.
      2. Open de ACE Service Installer en log in.
      3. Open het tabblad 'Live monitoring'.
      4. Selecteer 'States' in het menu aan de linkerkant.
      5. Controleer de 'OCPP Boot notification state' onder 'Generic states'.

       

      Wat is de status?

       

      Status

      Betekenis

      Vervolgstap

      COMPLETED

      Het laadstation heeft een bootnotification verstuurd en de backoffice heeft geantwoord met ‘Accepted’.

      N.v.t., laadstation is online.

      PENDING

      Het laadstation heeft een bootnotification verstuurd en de backoffice heeft geantwoord met ‘Pending’.

      Wachten tot de backoffice de bootnotification accepteert.

      AWAITING_REPLY

      Het laadstation heeft een bootnotification verstuurd en heeft nog geen antwoord van de backoffice.

      Wachten op reactie van de backoffice.

      NOT_SENT

      Het laadstation heeft geen bootnotification kunnen sturen naar de backoffice.

      Controleer de internetverbinding.

      REJECTED

      Het laadstation heeft een bootnotification verstuurd en de backoffice heeft geantwoord met ‘Rejected’.

      Neem contact op met backoffice-leverancier.

      Kan er na installatie van een laadstation direct geladen worden en/of heb ik daar een laadpas voor nodig?

      Of er direct na de installatie geladen kan worden, is afhankelijk van de ‘autorisatie-methode’ die op het laadstation is ingesteld. Er zijn twee opties:

       

      Plug & Charge-autorisatie:

      Dit is van toepassing bij een standalone laadstation met Plug&Charge fabrieksinstellingen of wanneer het laadpunt tijdens installatie op Plug&Charge autorisatie ingesteld wordt.

      Er kan direct worden geladen op het moment dat de installatie correct is voltooid. De laadkabel kan in het voertuig gestoken worden en zal het laden automatisch starten.

      Let op!

      Het kan voorkomen dat er niet geladen kan worden wanneer het laadpunt tevens staat ingesteld om te communiceren met een backoffice. Wanneer het Plug&Charge ID niet als geldige ID in het backoffice staat ingesteld, schakelt het laadstation de transactie in, maar krijgt vervolgens de opdracht van de backoffice de transactie weer uit te schakelen. In de log zal te zien zijn dat het ID ‘blocked’ is. In de backoffice dient het ID geldig te worden gemaakt. Het is ook mogelijk op locatie een geldig pasnummer in te voeren als Plug&Charge ID bij het tabblad ‘Autorisatie’ in de ACE Service Installer.

       

      RFID-autorisatie:

      Wanneer het laadstation gebruik maakt van de RFID-paslezer, is het noodzakelijk dat een laadpas wordt gebruikt alvorens het laden kan starten.

      Het is afhankelijk van de configuratie van het laadstation of de laadpassen meteen worden geaccepteerd:

      • Een ‘offline’ of ‘standalone’ (zonder backoffice) laadstation accepteert meestal alle laadpassen. De meeste laadstations krijgen vanaf de fabriek de instelling: ‘Offline behaviour = accept all cards’.
      • Een laadstation dat is ingesteld om met een backoffice te communiceren accepteert de passen die als geldig worden gezien door het backoffice. Neem hiervoor contact op met de backoffice-leverancier.

      Een laadstation dat gebruik maakt van de 'Master Key’-functionaliteit, werkt op een andere manier. Zie hiervoor “Hoe werkt de 'Master Key’-functionaliteit?”.

      Wat is de maximale lengte van een kabel tussen laadpunt en slimme meter voor Actief Load Balancing met P1?

      Als u gebruik wilt maken van Actief Load Balancing, moet het laadstation adequaat kunnen communiceren met de slimme meter. 

      Om goed te kunnen reageren op fluctuaties in het beschikbare vermogen, dient het laadstation snel de communicatie vanuit de slimme meter door te krijgen.

      Om deze reden mag de UTP-kabel van het laadstation naar de slimme meter niet langer dan 20 meter zijn.

       

      Wanneer u een externe energiemeter (zoals een Socomec) gebruikt, kan deze maximale afstand groter zijn. Raadpleeg hiervoor de handleiding van het door u aangeschafte product.

      Is het mogelijk om voor een laadstation een internetprovider (bijvoorbeeld KPN) naar keuze in te stellen?

      Het is niet mogelijk om een internetprovider te selecteren naar keuze in het laadstation zelf.

       

      Wanneer een laadstation verbindt via het lokale aanwezige netwerk (LAN) is de internetprovider afhankelijk van het lopende abonnement op het lokale netwerk.

       

      Wanneer een laadstation verbindt door middel van een simkaart via het mobiele netwerk (GPRS) is de provider gerelateerd aan de sim kaart. De keuze is in dat geval gemaakt door de leverancier van het backoffice systeem. Neem bij vragen contact op met de backoffice-leverancier.

      Kan er een externe antenne op een Alfen laadstation aangesloten worden?

      Het plaatsen van een externe antenne is niet mogelijk. Hiervoor dient een fysieke wijziging in het laadstation te worden aangebracht. Hierdoor vervalt de productgarantie.

       

      Indien de kwaliteit van het netwerk op locatie onvoldoende is, raden wij aan een signaalversterker (2G) te plaatsen.

      Voor het bespreken van de verschillende mogelijkheden op een bepaalde locatie, kunt u een ‘Request for information’ ticket indienen via het Serviceportaal van Alfen.

      Wat moet ik doen als een laadstation niet zichtbaar is in de ACE Service Installer?

      Als u een laadstation niet terug kunt vinden in de ACE Service Installer, werkt de netwerkverbinding tussen uw computer en het laadstation niet goed.

      Let op: de Ethernet-adapter van uw laptop moet in hetzelfde bereik liggen als het IP-adres van het laadstation (standaard 169.254.x.x). Controleer de volgende zaken:

      • Is de ethernetkabel in goede staat? U kunt een ethernetkabel-tester gebruiken om de conditie van uw kabel te controleren.
      • Is uw Ethernet-netwerkadapter ingesteld op het automatisch verkrijgen van een IP? Klik in uw ‘Windows Network and Sharing Centre’ met de rechtermuisknop op uw netwerkadapter en ga naar de eigenschappen. Selecteer in de lijst Internet Protocol ‘Versie 4 (TCP/IPv4)’ en ga naar ‘Eigenschappen’. Zorg ervoor dat de optie ‘Automatisch een IP-adres verkrijgen’ is geselecteerd. Op deze manier zal het IP-adres van de netwerkadapter van uw laptop automatisch in hetzelfde bereik liggen als het IP-adres van het laadstation via de DHCP-server.
      • Staat het laadstation ingesteld op een vast IP en kunt u niet achterhalen welk IP dit is? Wij raden u altijd aan om het IP-adres te labelen als u het laadstation op een vaste IP instelt. Gebruik een netwerkscannerapplicatie (zoals de Advanced IP Scanner) om het laadstation te zoeken. Als u zich in een groot netwerk bevindt en u het MAC-adres nodig heeft, vraag dan het FAT-rapport van het laadstation op bij Alfen's Sales Support afdeling (ace.salessupport@alfen.com).
      • Blokkeert de Windows Defender Firewall de toegang tot het laadstation? Het kan zijn dat de Windows Defender Firewall de automatische detectie van laadstations blokkeert. Zorg ervoor dat alle inkomend en uitgaand verkeer voor de ACE service Installer wordt toegestaan. Open Windows Defender Firewall, ga naar ‘Geavanceerde instellingen’ en zorg ervoor dat de verbindingen (Inbound/Outbound) voor het ACE Service Installer zijn toegestaan.

      Blokkeert een andere firewall de toegang tot het laadstation? Laat de toegang toe of schakel de firewall uit. Voor verdere ondersteuning kunt u contact opnemen met uw IT-beheerder.

      Welke dikte moet de voedingskabel hebben bij een lengte van meer dan 50 meter?

      Voor advies omtrent de installatie verwijzen we u graag naar de installatiehandleiding van het betreffende product. Deze is te vinden op de download sectie op de website van Alfen.


      LET OP!
      Uw installatie dient te voldoen aan de normen en regelgeving van de locatie (het land) waar het laadstation gerealiseerd wordt. Volg dus altijd de meest recente installatierichtlijnen in het desbetreffende land.

      Waar moet ik rekening mee houden bij het installeren van een laadstation op een IT-net of net zonder nul?

      Alfen laadstations ondersteunen het IT-net en netten zonder nulgeleider.

       

      Voor het opladen van elektrische voertuigen zijn de juiste spanningsniveaus tussen de fasen (elektriciteitsleidingen) en de nulgeleider nodig. Voertuigen hebben een spanning nodig van 230V per fase, wat betekent dat het volgende scenario aanwezig moet zijn:

      VL1-N = 230V

      VL2-N = 230V

      VL3-N = 230V

      VPE-N = 0V

       

      In een regulier TT or TN net moeten deze spanningen van toepassing zijn. Het laadstation kan de kwaliteit van uw elektriciteitsvoorziening bewaken middels de configuratie-optie ‘StrictPEMeasurementEnabled’. Wanneer ingeschakeld wordt de kwaliteit van de aardverbinding bewaakt. Standaard staat deze optie uitgeschakeld om installatie in een net zonder nulgeleider mogelijk te maken.

       

      Bij een IT-net of netwerk zonder nulgeleider, kan niet aan de genoemde voorwaarden worden voldaan.  Één van de fasen moet dan worden gebruikt als alternatief voor de Neutrale lijn. In dat geval is drie-fasen laden niet meer mogelijk.

       

      Let op!

      De fase-tot-fase spanning kan niet 400V zijn als een van de fasen is aangesloten op de neutrale aansluiting van het laadstation. Dit resulteert in een overspanningsfout.

       

      Welke fase kan het beste worden gebruikt als alternatief voor de neutrale lijn?

      Onderzoek eerst of de spanning tussen fase L1, L2 of L3 en de aardgeleider (PE) ongeveer 0VAC is. Dit is het voorkeursscenario om de meeste voertuigen te laten opladen. Dus:

      (L1-PE) ≈ 0V, of

      (L2-PE) ≈ 0V, of

      (L3-PE) ≈ 0V

      In dit scenario heeft u alsnog een nulgeleider gevonden. Als de gemeten spanningen verder 230V zijn, dan kunt u deze oplossing het beste toepassen.

       

      Welke fase kan ik het beste inzetten als ik geen 0V kan vinden?

      Dan mag u in principe een willekeurige fase selecteren om op de N-terminal van het laadstation aan te sluiten. Wij adviseren daarnaast het volgende:

      • Eve Single; gebruik L3 om aan te sluiten op de N-terminal van het laadstation
      • Eve Double; gebruik L2 om aan te sluiten de N-terminal van het laadstation

      De configuratie-parameter ‘StrictPEMeasurementEnabled’ moet dan altijd op ‘False’ blijven staan.

       

      Let op!

      Alfen laadstations functioneren op netten zonder nulgeleider, maar bij het laden bent u nog steeds afhankelijk van het voertuig. Niet alle voertuigen ondersteunen dit type elektriciteitsnet. In dat geval kan niet geladen worden. Wanneer een voertuig weigert op te laden, gelieve de handleiding van het voertuig te raadplegen.

      In welke situatie dien ik een aardpen te slaan bij de installatie van een Alfen-laadstation?

      Een aardpen is in de meeste situaties niet nodig.

      Voornamelijk bij publieke laadstations op een TT stelsel dient er een aardpen geslagen te worden. De voorkeur hierbij is om de waarde onder de 100 Ohm te houden. De aardpen heeft tot doel om lokaal een aarding te maken en de veiligheid van de installatie te vergroten.

      Is in de laadstations van Alfen fasedraaiing toegepast en op welke manier is dit van invloed op de installatie?

      In laadstations met 2 sockets wordt af-fabriek fasedraaiing toegepast in de linker socket (socket 1). De 1e en 3e fase zijn in het circuit gewisseld. Wanneer op de linker socket (socket 1) een éénfase voertuig wordt geladen zal deze daadwerkelijk vermogen van de 3e fase afnemen. Op de rechter socket (socket 2) is geen fasedraaiing van toepassing.

       

      Let op!

      Wanneer fases van de voedingskabel gedraaid zijn ten opzichte van de installatie heeft dat hierop ook invloed.

      Is het mogelijk om als installateur gekwalificeerd te worden voor de installatie van Alfen-producten?

      De installatie, ingebruikname en het onderhoud van Alfen laadstations, mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerde elektromonteur. Deze gekwalificeerde technicus dient minimaal aan de volgende vereisten te voldoen:

      • Kennis van de algemene en specifieke regels t.b.v. de veiligheid en het voorkomen van ongevallen.
      • Kennis van de relevante normen en regelgeving omtrent elektriciteit.
      • Heeft de kunde om risico’s te identificeren en mogelijke gevaren te ontwijken.
      • Heeft kennisgenomen van de installatie- en gebruiksinstructies.
      • Voldoet aan Europese de relevante installatienormen voor het werken aan laagspanningsinstallaties (EN 50110-1 en EN 50110-2).
      • Voldoet aan de installatienormen voor het werken aan laagspanningsinstallaties in het desbetreffende land (in Nederland betreft dit bijvoorbeeld de NEN1010 en NEN3140).

       

      Om als gekwalificeerde elektromonteur zeker te weten dat u over de juiste kennis beschikt om Alfen laadstations correct te kunnen installeren en configureren, adviseren wij om de training ‘Installatie’ bij Alfen te volgen. Informatie over de training en mogelijkheden tot aanmelden kunt u vinden op de website van Alfen.

       

      Verder wordt er bij Alfen gewerkt aan een opleidingstraject voor ‘Prefered Installers’. Hierover zal eind 2020 meer informatie beschikbaar worden.

      Hoe kan ik controleren of de meterkast op locatie geschikt is voor installatie van een specifiek laadstation?

      Het is belangrijk om voor de installatie van een laadstation een goede schouwing van de locatie te doen.

       

      Hierbij moet goed worden onderzocht wat de capaciteit (in Ampère) van de aansluiting is en hoeveel daarvan nog beschikbaar is voor het laadstation.

       

      Wanneer er niet continu voldoende capaciteit beschikbaar is, is het vaak raadzaam om Actieve Loadbalancing toe te passen.

       

      De installatie moet voldoen aan de lokale wet- en regelgeving. Let bijvoorbeeld op de eisen rondom selectiviteit.

  • Ordering and features

      Hoe kan ik extra feature-licenties voor een laadstation bestellen?

      Het is mogelijk om via de software van het laadstation extra functionaliteiten (zoals Active loadbalancing) op een laadstation vrij te geven. Hiervoor zijn licentiecodes nodig. Licentiecodes worden per laadstation gegenereerd en kunt u bestellen via onze webshop, of aanvragen via cporders@alfen.com.

      Om een licentiecode aan te kunnen maken hebben wij het volgende van u nodig:

      1. Het ID of objectnummer van het laadstation.
      2. Welke functionaliteiten u wilt aanschaffen (noem zo mogelijk het artikelnummer).
      3. Naar welk emailadres de licentiecode verzonden mag worden.

      Wij streven ernaar om de licentiecodes binnen twee werkdagen naar u te versturen. Het is helaas niet mogelijk om met spoed licentiecodes te versturen.

      Bent u geen directe klant of reseller van Alfen? Dan willen wij u adviseren om contact op te nemen met uw reseller of leverancier. Zij kunnen een licentiecode voor u aanvragen.

      Hoe kan ik reserveonderdelen bestellen?

      Het is mogelijk om losse componenten (zoals behuizing) van de Alfen laadstations als reserveonderdeel te bestellen.

      Indien u graag een reserveonderdeel wilt bestellen, kunt u dat doen door een inkooporder te sturen naar cporders@alfen.com.

      Als u wilt weten welke specifieke onderdelen u allemaal kunt bestellen, neem dan contact op met uw Alfen accountmanager.

      Kan ik een reeds geplaatste order nog wijzigen?

      Een reeds geplaatste order wijzigen/annuleren is helaas niet mogelijk. Wij willen u daarom vragen om een order goed te controleren voordat deze naar Alfen wordt verzonden.
      Wilt u de adres- of contactgegevens van een order wijzigen?

      Stuur dan een email naar cporders@alfen.com. Vermeld hierbij het ordernummer en het oude en nieuwe adres of de gewijzigde contactgegevens.

      Wij kunnen deze gegevens aanpassen tot 3 werkdagen voor de verzenddatum van uw order.

      Indien u verdere vragen heeft vernemen wij dat uiteraard graag en kunt u op werkdagen tussen 08:30 tot 17:00 uur bellen naar (+31)36 54 93 402.

      Kan ik de maximale output (in kW) van een laadstation verhogen?

      Het is mogelijk de maximale output (in kW) te verhogen van 16A naar 32A.

      Een laadstation dat is aangesloten op 1-fase kunt u dan upgraden van 3,7kW naar 7,4kW. Een laadstation dat is aangesloten op 3-fase kunt u dan upgraden van 11kW naar 22kW.

      Dit betreft wel een aanvullende functionaliteit die aangeschaft dient te worden.

      U kunt deze functionaliteit als volgt verkrijgen:

      1. Vraag een 32A-licentiecode aan (zie "Hoe kan ik extra feature-licenties voor mijn laadstation bestellen?").
      2. Zorg dat de licentiecode online wordt toegevoegd via de backoffice, of lokaal via de ACE Service Installer (zie “Hoe kan ik een aangekochte functionaliteit (licentie) op het laadstation activeren?”).
      3. Pas via de backoffice of de ACE Service Installer de ‘StationMaxCurrent’ en de ‘ConnectorMaxCurrent’ aan naar 32A.

      Let op!

      Het is niet mogelijk om een 1-fase laadstation naar een 3-fase laadstation om te bouwen. U kunt alleen het Amperage van een laadstation via de software wijzigen, maar niet het aantal fases.

      Wat is de levertijd van mijn order?

      Alfen streeft ernaar om een levertijd van 7 werkdagen aan te houden. Elektrisch rijden is zeer populair, waardoor de levertijden tijdelijk kunnen afwijken. De uiteindelijke leverdatum voor uw order ontvangt u op de orderbevestiging.

      U kunt voor vragen over de actuele levertijden contact opnemen met Sales Support, zij zijn te bereiken via ace.salessupport@alfen.com of op werkdagen tussen 08:30 tot 17:00 uur via (+31)36 54 93 402.

      Hoe kan ik in contact komen met een van de Sales Managers van Alfen Charging Equipment?

      U kunt hiervoor een contactverzoek indienen voor de Sales Managers via ace.salessupport@alfen.com of +31365493402. Vervolgens zullen uw gegevens worden geregistreerd en zal een van de Sales Managers contact met u opnemen voor een vervolgafspraak.

      Hoe weet ik wanneer ik het laadstation dat ik ter reparatie naar de fabriek heb gestuurd (back-to-base) retour krijg?

      De volgende procedure is van toepassing wanneer u een laadstation naar de fabriek van Alfen stuurt ter reparatie:  

      •  U ontvangt een bericht op het moment dat het laadstation bij Alfen is ontvangen.

       

      •  Na registratie van het laadstation zal eerst een inschatting worden gemaakt van de eventuele kosten voor de reparatie. Dit is van toepassing wanneer de garantietermijn van het laadstation is verlopen of als een reparatie buiten de garantie valt.  

       

      • Zodra u akkoord heeft gegeven op de eventuele kosten, streven wij ernaar om het laadstation binnen 5 werkdagen gerepareerd te hebben.

       

      • Na reparatie wordt het laadstation naar u retour gestuurd.U ontvangt een bericht met een planning als het laadstation door de transporteur is opgehaald. Het is afhankelijk van de transporteur wanneer u het laadstation terug zal ontvangen.

      Wat is de status van mijn bestelling?

      De actuele status van uw bestelling kunt u terugvinden in de webshop. Hier zijn de verschillende stappen van het bestellings-proces te volgen.

       

      Wanneer de bestelling niet via de webshop is geplaatst, kunt u een e-mail sturen naar ace.salessupport@alfen.com. U wordt vervolgens door onze collega’s over de status van de bestelling geïnformeerd.

      Kunt u mij informeren over de mogelijkheden om reseller van Alfen laadstations te worden?

      Indien u reseller wilt worden van Alfen laadstations, kunt u hiervoor een contactverzoek indienen voor de Sales Managers via ace.salessupport@alfen.com of +31365493402. Vervolgens zal een van de Sales Managers contact met u opnemen voor een vervolgafspraak.

      Wat zijn de prijzen van de verschillende Alfen-producten?

      Afhankelijk van het feit of u als reseller of eindgebruiker handelt, kunt u hiervoor op verschillende kanalen terecht.

       

      Reseller:

      Voor al uw vragen over de prijzen en specificaties van onze producten adviseren wij u om contact op te nemen met uw Alfen Sales Manager.

       

      Eindgebruiker:

      Voor een complete offerte op maat in- of exclusief installatie, adviseren wij u contact op te nemen met een van onze resellers.

      Een overzicht van de verschillende partijen die u een Alfen laadstation kunnen leveren vindt u op de website van Alfen.

       

      Indien u overige vragen heeft met betrekking tot een Alfen laadstation of aanvullende diensten, kunt u contact opnemen met Sales Support via ace.salessupport@alfen.com of +31 36 54 93 402.

      Waar kan ik een vraag stellen over de factuur van een servicebezoek?

      Als u een vraag heeft over een factuur van een servicebezoek kunt u een e-mail sturen naar ace.serviceinvoicing@alfen.com.

      Uw vraag zal binnen enkele werkdagen beantwoord worden.

      Wij danken u bij voorbaat hartelijk voor uw geduld en begrip.

      Kan ik de vaste kabel van een laadstation laten vervangen (bijvoorbeeld van 5 meter naar 8 meter)?

      Het kan voorkomen dat u de vaste kabel op een laadstation wilt vervangen. Bijvoorbeeld zodat een voertuig op een ruimere afstand van het laadstation kan worden geparkeerd.

      Het is mogelijk om de vaste kabel door Alfen te laten vervangen.

       

      Hiervoor kunt u een ‘Request for change’-ticket indienen via het Serviceportaal van Alfen.

      Geef hierbij expliciet aan welk type kabel u wenst.

       

      De kosten zijn afhankelijk van het type kabel dat vervangen wordt en de tijd die de monteur bezig is om de werkzaamheden uit te voeren.

      Hoe kan ik een account voor de Alfen-webshop aanvragen?

      Een account voor de Alfen-webshop kunt u aanvragen door een e-mail te sturen naar ace.salessupport@alfen.com.

      Het account zal binnen enkele werkdagen worden aangemaakt, waarna u via e-mail wordt geïnformeerd.

      Wij danken u bij voorbaat hartelijk voor uw geduld en begrip.

      Hoe kan ik een bestelling plaatsen in de Alfen-webshop?

      Hoe u een bestelling plaatst in de Alfen-webshop, is uitgeschreven in de handleiding ‘ACE Web Shop Instructions’.

      Deze handleiding vindt u op de website van Alfen, onder het kopje ‘Oplaadpunten EV’.

       

      Let op!

      De webshop (en daarmee ook deze handleiding) is alleen beschikbaar voor resellers.

      Als eindgebruiker adviseren wij u contact op te nemen met een van onze resellers.

      Een overzicht van de verschillende partijen die u een Alfen laadstation kunnen leveren vindt u ook op de website van Alfen.

      Wat is het verschil tussen een Eve Double Pro-line met enkele en dubbele voedingskabel?

      Het verschil tussen een Eve Double Pro-line met 1 of 2 voedingskabels kan als volgt worden omschreven:

      • Met een enkele voedingskabel kan het laadstation tot maximaal 22kW (3x32A) gevoed worden. De optie ‘Standard Load Balancing’  maakt het mogelijk op 1 socket 22kW te laden tot er een tweede voertuig geladen moet worden. Dan zal het vermogen verdeeld worden. Zonder de optie ‘Standard Load Balancing’  wordt de belasting verdeeld en zal er 11kW per Socket geleverd worden.

       

      • Met een dubbele voedingskabel kan het laadstation maximaal 2x22kW (3x64A) gevoed worden. Belangrijk om hierbij te realiseren is dat een dergelijk laadstation met twee automaten van 3x32A moet worden afgezekerd in de installatie.

      Is het mogelijk om de kleur en het design van een kap naar eigen wensen aan te passen bij een bestelling?

      Het is mogelijk om de kleur van de kap bij bestelling aan te laten passen.

      Voor kleuren die niet standaard op voorraad zijn, wordt de levertijd van de bestelling echter wel met 10 werkdagen verlengt. Belangrijk is dat u bij bestellingen de specifieke RAL kleur vermeld die u wenst.

      Mocht u een geheel eigen design willen laten aanbrengen, kunt u uw wensen doorgeven via CPorders@alfen.com.

       

      Indien u een bestelling via de webshop doet kunt u uw wensen in het memo veld onderaan de bestelling te plaatsen.

      Kan ik een offerte ontvangen voordat ik een bestelling plaats in de Alfen-webshop?

      Alfen werkt met standaard prijsafspraken en er worden geen losse offertes opgemaakt.

      U kunt in de webshop uw prijzen inclusief kortingen terugvinden.

      Indien u advies nodig heeft bij het maken van de juiste configuratie kunt u contact opnemen met Sales Support via ace.salessupport@alfen.com.

      Indien u vragen heeft met betrekking tot de prijzen en of kortingen adviseren wij om contact op te nemen met uw Alfen Sales Manager.

       

      Let op!

      De webshop is alleen beschikbaar voor resellers.

      Als eindgebruiker adviseren wij u contact op te nemen met een van onze resellers.

      Een overzicht van de verschillende partijen die u een Alfen laadstation kunnen leveren vindt u ook op de website van Alfen.

      Hoe kan ik een abonnement van ICU Connect beëindigen?

      Als u wilt overstappen naar een andere backoffice-leverancier, of uw laadstation niet meer gebruikt, kunt u het abonnement van ICU Connect beëindigen.

      Dit kunt u doen door een ‘Request for change’-ticket aan te maken via het Serviceportaal van Alfen.

       

      Geef hierbij het volgende aan:

      • Voor welk laadstation het abonnement beëindigd moet worden.
      • Per wanneer u het abonnement wilt beëindigen.

       

      U krijgt in het ticket vervolgens een bevestiging op het moment dat het abonnement beëindigd is.

  • Product Information

      Biedt Alfen training aan voor laadstations?

      Jazeker, Alfen biedt trainingen aan om meer te leren over (de installatie van) laadstations. Voor meer informatie en aanmelden kunt u terecht op de website van Alfen.

      Vanaf september 2020 zal er een nieuw trainingsprogramma worden gelanceerd, waarbij er specifieke trainingen voor de volgende doelgroepen gegeven zullen worden: resellers, projectmanagers, installateurs en servicemonteurs.

      Hou de website in de gaten voor berichtgeving over dit nieuwe programma.

      Heb ik altijd een laadpas nodig om het laden te starten?

      Het is niet altijd nodig om met een laadpas (RFID) het laden te starten.

      Het laden kan ook gestart worden op de volgende manieren:

      • Automatisch starten bij het insteken van de kabel in de auto (Plug & Charge autorisatie). Zie voor meer informatie: “Hoe kan ik een laadstation omzetten naar Plug & Charge-autorisatie?
      • Op afstand (remote) starten via de backoffice. Vrijwel elke backoffice heeft de mogelijkheid om op afstand via de backoffice een transactie te starten of stoppen. Neem hiervoor contact op met uw backoffice-provider.
      • Via een mobiele applicatie. Sommige beheerders van laadstations (zoals Fastned of Allego) beschikken over een app waarmee het laden gestart kan worden. Deze applicaties zijn echter alleen beschikbaar voor publieke laadpunten.

      Wanneer op een laadstation de RFID-functionaliteit is geactiveerd (alle laadpunten die niet als Plug & Charge besteld zijn), is een laadpas nodig om lokaal het laden te starten. Het is dan mogelijk om bepaalde passen te laten autoriseren en andere passen te weigeren. Zie hiervoor ook: “Hoe kan ik een extra laadpas toevoegen aan het laadstation?

      Hoe kan ik op de hoogte blijven van toekomstige firmware updates?

      Informatie over de nieuwste firmware updates wordt per email aan geïnteresseerden toegestuurd. Indien u hiervan graag op de hoogte wilt worden gehouden, stuurt u dan een email naar ace.salessupport@alfen.com. U wordt dan toegevoegd aan de maillingijst.

      Let op!

      De firmware is voor alle modellen van Alfen hetzelfde.

      U kunt nieuwe firmware dus op een laadstation toevoegen, ongeacht welk type laadstation het betreft.

      Waar kan ik gedetailleerde informatie over de verschillende producten vinden?

      Gedetailleerde informatie over elk product is afzonderlijk te vinden in de Gebruikshandleiding. De verschillende handleidingen zijn terug te vinden op de website van Alfen.

      Wat zijn licentiecodes en waar heb ik ze voor nodig?

      Licentiecodes zijn unieke codes waarmee u specifieke functionaliteiten kunt activeren op uw laadstation.

      De codes zijn gebaseerd op een bepaalde configuratie van features en zijn uniek voor elk laadstation.

      Onze laadstations zijn hardware matig voorbereid op bepaalde features, die softwarematig toegepast kunnen worden.

       

      U kunt een licentiecode aanvragen voor een laadstation waar u graag extra functionaliteiten wilt vrijgeven, die bij de initiële order nog niet besteld zijn.

      De volgende functionaliteiten zijn op deze manier aan te schaffen:

      • RFID-authenticatie ontgrendelen
      • Actieve loadbalancing (P1 of Modbus/TCPIP)
      • Smart Charging Network
      • Persoonlijk logo in display
      • Upgrade van 16A naar 32A

      Wilt u een licentiecode aanvragen? Dat kan via uw reseller. Onder "Hoe kan ik extra feature-licenties voor mijn laadstation bestellen?" is informatie te vinden over het bestellen van licentiecodes.

      Let op!

      Licentiecodes toepassen laadstations die voor 2018 geproduceerd zijn is niet altijd mogelijk. Mocht u graag willen weten of het mogelijk is om een licentiecode toe te passen op uw laadstation, dan kunt u contact opnemen met Sales Support via ace.salessupport@alfen.com of kunt u op werkdagen tussen 08:30 tot 17:00 uur bellen naar (+31)36 54 93 402.

      Welke talen worden ondersteund op het display van de laadstations?

      Alfen ondersteund momenteel de volgende talen op het display van de Eve Single en Eve Double laadstations:

      • Dutch (nl_NL)
      • German (de_DE)
      • Spanish (es_ES)
      • Italian (it_IT)
      • Swedish (sv_SE)
      • English (en_GB)
      • French (fr_FR)
      • Portugese (pt_PT)
      • Norwegian (nn_NO)
      • Finnish (fi_FI)
         

      De taal in de display kan lokaal gewijzigd worden via worden via de ACE Service Installer, of op afstand via de backoffice.

      In het bovenstaande overzicht staat tussen de haakjes de waarde vermeld voor de ‘OCPP configuration key value’. Deze dient te worden ingevoerd in de backoffice
      Voor de meest up-to-date informatie verwijzen we u naar de installatiehandleiding. De handleidingen zijn terug te vinden op de website van Alfen

      Zit er een aardlekbeveiliging in het laadstation?

      Alle laadstations van Alfen beschikken over 6mA DC-detectie. Daarnaast is een aardlekschakelaar en een overstroombeveiliging (in de vorm van een automaat (MCB) of zekeringen) verplicht.

      De volgende aardlekbeveiliging zit standaard ingebouwd in de laadstations:

      • De Eve Double beschikt over 2 aardlekschakelaars Type A. Het toepassen van een Type B in de installatie mag, maar is niet vereist.
      • De Eve Single beschikt over 1 aardlekschakelaar. De aardlekschakelaar en de automaat/zekeringen van een Eve Single kunnen gecombineerd worden door een aardlekautomaat te plaatsen.


      Raadpleeg altijd de handleiding van uw product voor de juiste installatie-eisen. Deze handleidingen zijn terug te vinden op de website van Alfen

      Zit er een overstroombeveiliging in het laadstation?

      Dit verschilt per type laadstation:

      • Bij een TWIN is in het laadstation standaard een overstroombeveiliging opgenomen.
      • In een Eve Single en Eve Double is geen interne overstroombeveiliging opgenomen.

      Bij een Eve Single en Eve Double zal er daarom altijd een overstroombeveiliging in de installatie opgenomen moeten worden. Welke overstroombeveiliging er moet worden toegepast is terug te vinden in de handleiding van uw product. Deze handleidingen zijn terug te vinden op de website van Alfen.

      Welke OCPP-versies worden ondersteund door Alfen?

      Alfen laadstations kunnen verbonden worden met een backoffice door middel van OCPP.

      De volgende OCPP-versies worden ondersteund op basis van het JavaScript Object Notation (JSON) gegevensuitwisseling/bestandsformaat:

      • OCPP1.5 JSON
      • OCPP1.6 JSON

      Alfen is daarnaast ook bezig met de implementatie van OCPP2.0 JSON.

      Dit wordt al in enkele scenario’s ondersteunt en zal de komende verder worden uitgerold. 

      Mocht u aanvullende vragen hierover hebben, kunt u een ‘Request for information’-ticket indienen via support.alfen.com

      Hoe lang wordt de logging lokaal in een laadstation bewaard?

      Zie voor actuele en product specifieke informatie de Producthandleiding van het betreffende laadstation op de website van Alfen, onder het kopje ‘Oplaadpunten EV’. Onder het hoofdstuk “Beschikbaar geheugen” staat hierover de meest actuele informatie vermeld.

       

      Gemiddeld kan de logging (diagnostiek) van het laadstation enkele weken (ca. 45.000 regels) worden opgeslagen.

       

      Daarbij kunnen in de transactiedatabase ca. 1500 transacties (van gemiddeld 4 uur lengte, met elke 15 minuten meterwaarden) worden opgeslagen.

       

      Om te zorgen dat de relevante logging beschikbaar is voor de Servicedesk van Alfen, verzoeken we u kort na het onstaan van een in het laadstation defect de logging op te slaan. Deze kunt u vervolgens meesturen bij het aanmaken van een serviceticket.

      Hoeveel laadpassen kunnen er in de whitelist van een laadstation worden opgeslagen?

      In de whitelist van het laadstation kan een grote hoeveelheid laadpassen worden opgeslagen. Hierin wordt het volgende onderscheid gemaakt:

      • Laadpassen in de Local list (via de backoffice): Ca. 800 laadpassen
      • Laadpassen in de Whitelist lokaal in het laadstation: Ca. 1200 laadpassen (lokaal opgeslagen).

      Volgens welke normen zijn de Alfen-producten gecertificeerd?

      Zie voor actuele en product specifieke informatie de Producthandleiding van het betreffende laadstation op de website van Alfen, onder het kopje ‘Oplaadpunten EV’.

      Onder het hoofdstuk “Conformiteitsverklaring” staat vermeld bij welke temperaturen het product functioneert.

       

      De Alfen laadstations zijn in overeenstemming met de bepalingen van de volgende Europese richtlijnen:

      1. Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU
      2. EMC richtlijn 2014/30/EU

       

      En de volgende geharmoniseerde normen:

      • IEC 61851-1 ed. 3 (2017) - Laden via een geleidende verbinding van elektrische voertuigen - Algemene eisen, op nationaal niveau geïmplementeerd onder:

      - AT: ÖVE/EN 61851-1

      - BE: NBN EN 61851-1

      - DE: DIN-EN 61851-1

      - FIN: SFS-EN 61851-1

      - FR: NF-EN 61851-1

      - NL: NEN-EN-IEC 61851-1

      - NO: NEK-EN-61851-1

      - UK: BS-EN 61851-1

       

      Als bewijs hiervan zijn de producten voorzien van een CE-markering.

      Bij welke temperaturen is een laadstation functioneel?

      Zie voor actuele en product specifieke informatie de Producthandleiding van het betreffende laadstation op de website van Alfen, onder het kopje ‘Oplaadpunten EV’.

      Onder het hoofdstuk “Gebruiksomstandigheden” staat vermeld bij welke temperaturen het product functioneert.

       

      Over het algemeen is een laadstation functioneel indien de omgevingstemperatuur hoger is dan -25 °C of lager is dan 40 °C.

       

      De genoemde temperaturen betreffen de omgevingstemperatuur voor het product uitgaande van de standaardkleur van de behuizing: RAL9016. Andere (donkerder) kleuren kunnen de gebruikstemperatuur van het product nadelig beïnvloeden.

       

      Wanneer het product wordt blootgesteld aan lagere of hogere temperaturen, kan continue werking op vol vermogen niet gegarandeerd worden. In geval van hoge temperaturen zal het laadstation automatisch en geleidelijk de laadstroom doen afnemen.

      Daarmee wordt de interne temperatuur gestabiliseerd en is de kans kleiner dat een transactie onverwacht wordt gepauzeerd.

       

      Let op!

      Wanneer het product blootgesteld wordt aan de elementen zal dit leiden tot geleidelijke veroudering van het materiaal en kunnen leiden tot verkleuring van het product. Plaats het product daarom, waar mogelijk, op een beschutte plek om de levensduur van de materialen te optimaliseren.

      Hoeveel energie verbruikt een laadstation in standby-modus?

      Zie voor actuele en product specifieke informatie de Producthandleiding van het door u aangeschafte laadstation op de website van Alfen, onder het kopje ‘Oplaadpunten EV’.

      Onder het hoofdstuk “Gebruiksomstandigheden” staat vermeld bij wat het standby verbruik van het betreffende laadstation is.

       

      Stand-by verbruik van de Alfen laadstations is als volgt:

      • Eve Single S-line: ca. 3,5 – 3,8 W
      • Eve Single Pro-line: ca. 3,9 – 4,1 W
      • Eve Double Pro-line: ca. 9 – 12 W
      • Twin: ca. 9 – 12 W

      Kan ik de opgewekte stroom van zonnepanelen gebruiken voor het opladen van een voertuig met een Alfen laadstation?

      Het is zeker mogelijk om opgewekte stroom van zonnepanelen te gebruiken om uw voertuig op te laden.

       

      U heeft hiervoor in de meeste gevallen Actieve Loadbalancing en een externe energiemeter nodig, bijvoorbeeld een slimme meter. Het laadstation kan dan op basis van data over de beschikbare stroom de laadstroom aanpassen.

       

      Bekijk voor alle mogelijke scenario’s en toepassing het document Smart Charging Manual, welke beschikbaar is op de website van Alfen, onder het kopje ‘Oplaadpunten EV’.

  • Service

      Hoe kan ik een vraag stellen aan de servicedesk van Alfen?

      Mocht het antwoord op uw vraag niet bij deze FAQ staan, dan kunt u een serviceticket indienen via support.alfen.com.

      Binnen maximaal 5 werkdagen ontvangt u een reactie.

      Mocht u sneller geholpen willen worden of een speciale servicebehoefte hebben, dan is het mogelijk een Service-contract bij Alfen af te nemen. Neem hiervoor contact op met uw accountmanager.

      Zo mogelijk willen we u vragen de logging (diagnostiek) van het laadstation toe te voegen. Bij voorkeur van een periode van zo’n 3 dagen, maar in ieder geval het tijdsbestek waarin het ervaren probleem plaatsvond.

      Hoe kan ik de logging van een laadstation verkrijgen?

      De logging (diagnostiek) van een laadstation kunt u toevoegen aan uw serviceticket zodat onze technical support-afdeling deze kan analyseren.

      De logging is op twee manieren te verkrijgen:

      1) Op locatie met de ACE Service Installer

      Gebruik hiervoor Service Installer Setup (voor NG-platform). Dit programma kan worden gedownload via op de website van Alfen.

      Onder "Hoe kan ik inloggegevens verkrijgen voor de ACE Service Installer configuratietool?" vindt u informatie over het aanvragen van een account.

      1. Ga in de Service Installer naar het tabblad 'Logging'
      2. Klik op 'Save the log to a file'.
      3. Kies de gewenste periode waarvan u de logging wilt downloaden. In de meeste gevallen is 3 dagen of 1 week de beste optie. Belangrijk is dat het defect zich in deze periode bevind.
         

      2) Op afstand via de backoffice

      1. Vraag in de betreffende backoffice de diagnostiek aan (middels een GetDiagnostics request).
      2. Geef hierbij de gewenste start- en einddatum op.
      3. Het laadstation verstuurt een .aes bestand, welke u kunt downloaden en toevoegen aan het serviceticket.

      Dit bestand is versleuteld, maar kan door Alfen gelezen worden.

      Hoe kan ik een laadstation terugsturen om het in de fabriek van Alfen te laten repareren (back-to-base)?

      Indien u een laadstation ter reparatie retour naar Alfen wilt sturen, kunt u een "Request for back to base warranty"-ticket indienen op support.alfen.com.

      Wanneer u alle benodigde velden hebt ingevuld en de melding is ingediend, krijgt u via e-mail instructies voor het retour sturen van uw laadstation.

      Er zal vervolgens worden onderzocht welke reparatiewerkzaamheden nodig zijn. Als het laadstation binnen garantie valt, zullen deze kosteloos worden uitgevoerd en zal het laadstation na reparatie naar u terug worden verzonden.

      Mocht de reparatie (gedeeltelijk) niet binnen garantie vallen, zullen de kosten eerst ter goedkeuring aan u worden voorgelegd.

      Hoe kan ik remote support aanvragen en welke voorbereidingen moet ik hiervoor treffen?

      Remote support (telefonische hulp op afstand) vindt plaats op afspraak en kan aangevraagd worden via het serviceportaal.

      Op support.alfen.com kunt u hiervoor een 'Request for Service' indienen.

      Geef onder 'description' aan dat u remote support verzoekt en geef hierbij een datum en enkele tijdsslots aan. 

      Voor een Remote support-sessie dient u de volgende voorbereidingen te treffen:

      1. Zorg dat u de nieuwste versie van de ACE Service Installer heeft gedownload van de website van Alfen. Onder "Hoe kan ik inloggegevens verkrijgen voor de ACE Service Installer configuratietool?" vindt u informatie over het aanvragen van een account. 
      2. Installeer het programma Teamviewer en zorg dat u hiervoor een account heeft aangemaakt.
      3. Maak op locatie verbinding met internet (eventueel via een wifi-hotspot).
      4. Sluit een UTP-kabel aan van uw laptop naar het laadstation.

      Wanneer u bovenstaande maatregelen heeft getroffen, zullen we u op de afgesproken datum te woord staan om de ondersteunen bij het probleem.

      In welke landen kan ik een monteur op locatie krijgen via Alfen Service?

      Alfen heeft servicepartners in de volgende landen:

      • Nederland
      • België
      • Luxemburg
      • Duitsland
      • Verenigd Koninkrijk
      • Frankrijk
      • Italië
      • Spanje
      • Portugal
      • Noorwegen
      • Zweden
      • Finland
         

      In al deze landen kan er een servicemonteur op locatie komen om uw laadstation te herstellen. Hoe dit werkt ziet u onder “Hoe kan ik een aanvraag indienen om een servicemonteur ter plaatse te ontvangen?

      In de overige landen geldt de algemene Back-to-base garantie, waarbij u het laadstation terug naar de fabriek kunt sturen ter reparatie. Hoe dit werkt ziet u onder “Hoe kan ik een laadstation terugsturen om hem in de fabriek van Alfen te laten repareren (back-to-base)?

      Als u graag een monteur op locatie wil ontvangen om uw laadstation te repareren, kunt u een serviceticket aanmaken via support.alfen.com

      Wat zijn de garantievoorwaarden van Alfen laadstations?

      Alfen geeft standaard 2 jaar garantie op al haar laadapparatuur.

      Bekijk voor meer informatie over de service van Alfen de ‘Leaflet Alfen Care’, die hier is te vinden.


      De algeme garantievoorwaarden kunt u ook hier terugvinden.

      Hoe kan ik een aanvraag indienen om een servicemonteur ter plaatse te ontvangen?

      Indien u een servicemonteur op locatie wenst voor het herstel van een defect of wijziging in uw laadstation, dan kunt u dit middels een ticket aanvragen via support.alfen.com.

       

      Op het Alfen serviceportaal kunt u bij een defect een "Request for Service" openen.

      Indien u een wijziging in (de software van) het laadstation wilt uitvoeren, opent u een "Request for Change".

       

      Let op!

      Voor een monteursbezoek worden kosten in rekening gebracht.

      Dit betreft voorrijkosten als het defect in het laadstation zat en het laadstation nog binnen garantie valt.

      Als het defect buiten het laadstation ligt of het laadstation buiten garantie valt, dan worden ook manuren en materiaalkosten berekend.

      Zie onderstaand een overzicht van de huidige prijzen voor ad-hoc service. Deze prijzen zijn ter indicatie en kunnen gewijzigd worden. Er kunnen geen rechten aan worden ontleend.

      De facturen van Alfen worden altijd in Euro’s gefactureerd.

      country

      call out costs (charged at all times)

      labor costs per 30 minutes (charged only when out of warranty)

      used parts and materials (charged only when out of warranty)

      the Netherlands

      €                  95,00

      €               35,00

      invoiced against Alfen’s prices

      Belgium

      €                120,00

      €               35,00

      invoiced against Alfen’s prices

      Luxemburg

      €                120,00

      €               35,00

      invoiced against Alfen’s prices

      Germany

      €                150,00

      €               35,00

      invoiced against Alfen’s prices

      UK (mainland)

      £                130,00

      £               40,00

      invoiced against Alfen’s prices

      France

      €                120,00

      €               35,00

      invoiced against Alfen’s prices

      Italy

      €                120,00

      €               35,00

      invoiced against Alfen’s prices

      Spain

      €                120,00

      €               35,00

      invoiced against Alfen’s prices

      Portugal

      €                120,00

      €               35,00

      invoiced against Alfen’s prices

      Norway

      1.800,00 kr

                       600,00 kr

      invoiced against Alfen’s prices

      Sweden

      1.800,00 kr

                       600,00 kr

      invoiced against Alfen’s prices

      Finland

      €                190,00

      €               40,00

      invoiced against Alfen’s prices

      Hoe kan ik het beheer van een laadstation over laten zetten van de ene naar de andere partij?

      Om het beheer van het laadstation over te nemen kunt u een verzoek indien op support.alfen.com middels een “Request for Service” ticket. Uw huidige beheerder moet hiervoor akkoord geven. Uw verzoek zal daarom getoetst worden bij de huidige beheerder van het laadpunt. Indien de huidige beheerder akkoord gaat met de overdracht zal dit worden uitgevoerd. Na de overdracht van beheer kunt u een serviceverzoek indienen.

      Het ID van een laadpunt is gewijzigd. Hoe kan ik ervoor zorgen dat deze wijziging ook bij Alfen wordt doorgevoerd?

      Het kan voorkomen dat het ID van een laadstation wordt gewijzigd, bijvoorbeeld omdat de beheerder is gewijzigd.

      Wanneer een ID gewijzigd is verzoeken wij u om dit door te geven aan Alfen. In veel gevallen wordt dit ID voor service-doeleinden gebruikt en wij kunnen u sneller van dienst zijn als alle informatie up-to-date is.

       

      U kunt dergelijke wijzigingen doorgegeven per e-mail aan ace.salessupport@alfen.com.

      Vermeld hierbij minimaal de volgende gegevens:

      • Het objectnummer van het laadstation (begint meestal met ACE...).
      • Het oude ID van het laadstation.
      • Het nieuwe ID van het laadstation.

       

      Binnen enkele werkdagen zal deze wijziging worden doorgevoerd. U ontvangt hier vervolgens een bevestiging van.

      Het lukt mij niet om in te loggen in de ACE Service Installer, wat kan hiervan de reden zijn?

      Wanneer het niet lukt om in te loggen in de ACE Service Installer, ga het volgende na:

      • Heeft u de juiste ACE Service Installer gedownload? U heeft de ACE Service Installer Setup voor NG-platform nodig. De ICU Service Installer voor Advanced platform is alleen geschikt voor oudere laadstations (van voor mid-2017).
      • Heeft u een geldig account voor de ACE Service Installer? Dit account staat los van andere accounts die u bij Alfen heeft, zoals voor de webshop. Zie voor het aanvragen van de juiste inloggegevens "Hoe kan ik inloggegevens verkrijgen voor de ACE Service Installer configuratietool?".
      • Heeft u verbinding met internet tijdens het openen van de ACE Service Installer? Na downloaden en installeren, voert de ACE Service Installer altijd een update uit voordat er ingelogd kan worden. Zorg er dus voor dat u verbinding heeft met internet en dat u akkoord gaat met alle voorgestelde updates.
      • Kan de ACE Service Installer de Alfen ‘update server’ bereiken? Als u beperkte internettoegang heeft, kan het voorkomen dat de Alfen ‘update server’ niet bereikt kan worden. Een workaround hiervoor is het creëren van een internetverbinding via WiFi-hotspot met uw mobiele telefoon.

      Welke prioriteit kan ik selecteren bij het aanmaken van een serviceticket?

      Bij het aanmaken van een serviceticket kunt u een bepaalde prioriteit aan de melding meegeven.

      U heeft keuze tussen de opties Non-critical, Regular en High.

      Afhankelijk van de aard van de storing, kiest u voor een bepaalde prioriteit. Hierin kunt u de volgende richtlijnen hanteren:

       

      Non-crititcal - Niet urgent, er kan nog gewoon geladen worden op het laadstation, al dan niet met beperkte laadsnelheid.

       

      Regular - Het laadstation kan niet meer gebruikt worden en er kan niet meer geladen worden. Er is echter geen sprake van een gevaarlijke situatie of een stekker die vast zit.

       

      High – Er is sprake van een gevaarlijke situatie (zoals blootliggende kabels) of er zit een stekker vast in het laadstation waardoor de bereider niet weg kan.

       

      Let op!

      Het is afhankelijk van het afgesloten servicecontract welke consequenties er zitten aan het kiezen van een bepaalde prioriteit. Zo kan het zijn dat er bij de prioriteit ‘High’ binnen enkele uren een monteur naar de betreffende locatie wordt gestuurd, waaraan kosten zitten verbonden.

       

      Deze prioriteiten zijn alleen van belang wanneer u bepaalde afspraken met Alfen heeft gemaakt middels een servicecontract. Voor klanten die geen serviceafspraken met Alfen hebben afgesloten worden alle tickets met dezelfde prioriteit behandeld.

      Wat kan ik doen om een laadstation zo goed mogelijk te onderhouden?

      Wij adviseren bij openbare laadstations eenmaal per jaar preventief onderhoud uit te laten voeren. Zo kan de optimale werking van de laadstations blijvend worden gegarandeerd.

      Neem contact op met uw Sales Manager om te informeren naar de mogelijkheden voor servicecontracten inclusief preventief onderhoud.

       

      Voor wat betreft de behuizing van de Eve Single en Eve Double producten adviseren wij het volgende:

      • Jaarlijks schoonmaken, met gebruik van water en een zachte zeep.
      • Het laadstation vervolgens napoetsen met wax, zoals ook voor auto’s kan worden gebruikt.
      • Gebruik absoluut géén agressieve schoonmaakmiddelen, hogedrukreiniger, schuursponsen of soortgelijk.

       

      Op die manier houdt u het oppervlak van de behuizing van uw laadstation zo lang mogelijk schoon en toonbaar.

      Wie kan er voor een laadstation een Serviceticket aanmaken bij Alfen?

      Heeft u het laadstation rechtstreeks bij Alfen ingekocht en staat het laadstation onder uw beheer?

      Dan kunt u direct een serviceticket aanmaken via het Serviceportaal van Alfen.

       

      Heeft u het laadstation gekocht via een reseller van Alfen en voeren zij het beheer voor u?

      In dat geval verzoeken wij u uw servicevraag te stellen aan betreffende reseller. Zij zullen zo nodig een serviceticket bij Alfen aanmaken.

       

      Heeft u het laadstation gekocht via een reseller van Alfen, maar wilt u zelf het beheer overnemen?

      Voordat u in dit geval een serviceticket aan kunt maken, dient u eerst een schriftelijk akkoord te hebben van de reseller waarin het beheer wordt overgedragen. Vervolgens kunt u een serviceticket aanmaken en daarbij Alfen verzoeken het beheer over te laten zetten.

      Zie hiervoor ook “Hoe kan ik het beheer van een laadstation over laten zetten van de ene naar de andere partij?

      Welke informatie moet ik toevoegen bij het aanmaken van een Serviceticket?

      Om uw serviceticket zo snel en effectief mogelijk te kunnen beantwoorden, is het belangrijk dat u bij het indienen direct de juiste informatie aanlevert. Denk hierbij aan:

      • Vul zo zorgvuldig mogelijk alle vragen in het serviceportaal in.
      • Voeg in de titel van het ticket het laadpunt-ID en/of objectnummer in, zoals deze vermeld staat op de sticker op het laadstation. Zo weten wij om welk laadstation het gaat.
      • Voeg relevante informatie, zoals error codes in het display of de backoffice en/of duidelijke foto’s van eventuele beschadigingen, toe.
      • Zorg dat u een duidelijke omschrijving van het probleem geeft. Zo kunnen wij gerichter naar een oplossing zoeken
      • Indien van toepassning de volledige contactgegevens van de eindklant en de adresgegevens van het laadpunt. Deze hebben wij nodig als er een monteursbezoek moet worden ingepland.
      • Voeg zo mogelijk de logging (diagnostiek) van het laadstation toe. Bij voorkeur van een periode van zo’n 3 dagen, maar in ieder geval het tijdsbestek waarin het ervaren probleem plaatsvond. Onder “Hoe kan ik de logging van een laadstation verkrijgen” staat beschreven hoe u deze kunt verkrijgen.

      Hoe vollediger u de informatie in het ticket aanlevert, hoe sneller en effectiever wij u een oplossing kunnen bieden.

      Ik ga voor het eerst een Serviceticket aanmaken bij Alfen. Wat heeft Alfen hiervoor van mij nodig?

      Bij het indienen van een ticket via het Serviceportaal van Alfen, moet u met de volgende zaken rekening houden:

      • Zorg dat u een account heeft aangemaakt op support.alfen.com
      • Voeg in de titel van het ticket het laadpunt-ID en/of objectnummer in, zoals deze vermeld staat op de sticker op het laadstation. Zo weten wij om welk laadstation het gaat.
      • Zorg dat u de beheerder bent van het laadstation, of dat u in opdracht van de beheerder het ticket aanmaakt. Het kan zijn dat het beheer nog onder een andere partij staat en dat dit overgedragen dient te worden. Hiervoor is schriftelijke toestemming van de beheerder nodig.
      • In geval dat u de nieuwe beheerder bent, voeg KVK-, BTW- en facturatiegegevens aan het ticket toe. Zonder deze gegevens kunnen wij een ticket niet in behandeling nemen.
      • Zorg dat u een duidelijke omschrijving van het probleem geeft. Zo kunnen wij gerichter naar een oplossing zoeken.
      • Indien van toepassing de volledige contactgegevens van de eindklant en de adresgegevens van het laadpunt. Deze hebben wij nodig als er een monteursbezoek moet worden ingepland.
      • Voeg zo mogelijk de logging (diagnostiek) van het laadstation toe. Bij voorkeur van een periode van zo’n 3 dagen, maar in ieder geval het tijdsbestek waarin het ervaren probleem plaatsvond. Onder “Hoe kan ik de logging van een laadstation verkrijgen” staat beschreven hoe u deze kunt verkrijgen.

      Hoe vollediger u de informatie in het ticket aanlevert, hoe sneller en effectiever wij u een oplossing kunnen bieden.

  • Troubleshooting

      Wat betekenen de errorcodes op het display van het laadstation?

      Wanneer u een laadstation met een scherm (display) heeft, kunnen hierop errorcodes te zien zijn in het geval van een foutieve handeling of een storing.

      Bekijk de onderstaande Errorcode-lijst voor het actuele overzicht (Firmware 4.7.1, maart 2020) van errorcodes en de bijbehorende betekenissen.

      Let op!

      Het kan zijn dat er bij de release van een nieuwe firmware errorcodes wijzigen of worden toegevoegd. Deze informatie wordt gedeeld via de release notes van de firmware update.

      De meest recente lijst kunt u vinden op de website van Alfen.

      Wat is de reden dat een laadstation offline is in de backoffice?

      Het is mogelijk om in de backoffice te zien of een laadpunt offline is. Vaak geeft het laadstation dan de melding ‘offline’ of ‘niet verbonden’.

      Er zijn verschillende mogelijke oorzaken waardoor een laadstation niet kan communiceren met de backoffice en dus offline is. 

      Ga eerst na of het laadstation eerder wel communicatie heeft gehad met de backoffice.

      Is het laadstation niet eerder online geweest in de backoffice?
      Ga dan de volgende zaken na:

      1. Is het laadstation met backoffice-configuratie besteld? Bekijk uw orderbevestiging om te controleren of uw bestelling met backoffice-configuratie is uitgevoerd.
      2. Is het laadstation (correct) aangemeld in de backoffice? Controleer dit in uw backoffice of bij uw backoffice-leverancier.
      3. Indien er een verbinding via simkaart (GPRS) tot stand wordt gebracht: Is het signaal (in dBm) op de locatie van het laadstation voldoende? Dit kunt u in de logging van het laadstation terugzien. Wanneer dit boven de –90dBm ligt, is het signaal te zwak. Dit kan het geval zijn wanneer een laadstation bijvoorbeeld in een parkeergarage staat.
      4. Indien er verbinding via een lokaal netwerk (LAN) tot stand wordt gebracht: Heeft het laadstation toegang tot internet via het lokale netwerk? M.a.w. wordt het laadstation niet geblokkeerd via een firewall?

      Is het laadstation wel eerder online geweest in de backoffice?
      Ga dan de volgende zaken na:

      1. Staat er spanning op het laadstation? Zorg dat het laadstation (opnieuw) op spanning komt te staan vanuit de installatie (bijv. door de automaat in de meterkast in te schakelen).
      2. Indien er een verbinding via simkaart (GPRS) tot stand wordt gebracht: Ligt het signaal (in dBm) op de locatie rond het kritieke punt van -90 dBm? Hierdoor kan het laadstation soms online en soms offline zijn. Bekijk "Wanneer kan ik het beste een laadstation bedraad (LAN) en wanneer via SIM (GPRS) aansluiten?" voor advies over de verbinding met een backoffice.
      3. Indien er een verbinding via simkaart (GPRS) tot stand wordt gebracht: Zit de antenne van het laadstation nog goed bevestigd? Controleer dit door het laadstation open te schroeven.
      4. Indien er verbinding via een lokaal netwerk (LAN) tot stand wordt gebracht: Is de ethernetkabel van het laadstation naar de router nog juist aangesloten en weet u zeker dat deze niet defect is?
      5. Indien er verbinding via een lokaal netwerk (LAN) tot stand wordt gebracht: Heeft het laadstation toegang tot internet via het lokale netwerk? Het kan zijn dat er iets gewijzigd is door de netwerkbeheerder waardoor het laadstation geen toegang heeft tot internet (bijv. een firewall).
         

      Zijn bovenstaande oorzaken uitgesloten maar is het laadstation nog steeds offline? Dien dan een 'Request for Service’-ticket in via support.alfen.com.

      Wat is de reden dat het niet lukt een laadsessie te starten?

      Een laadsessie wordt gestart nadat er een kabel en voertuig correct zijn aangesloten en de transactie wordt geautoriseerd via Plug & Charge of RFID.

       

      Indien het niet lukt een laadsessie te starten, ga het volgende na:

      1. Is de laadkabel juist aangesloten? Zorg dat de laadkabel aan zowel de auto- als laadstation-zijde juist en diep genoeg is ingestoken. Haal de laadkabel los aan beide kanten, steek de stekkers met de nodige kracht opnieuw in en probeer nogmaals een sessie te starten.
      2. Wordt de transactie met een geldig ID gestart? Het ID (laadpas/RFID of Plug & Charge ID) moet geautoriseerd (geldig) zijn om een sessie te kunnen starten. Afhankelijk van de configuratie van het laadstation, moet het ID lokaal of in een backoffice als geldig zijn ingesteld. Zie hiervoor “Hoe kan ik een extra laadpas toevoegen aan het laadstation?
      3. Is het laadstation beschikbaar en niet in foutstatus? Controleer of er een rood lampje brandt of een errorcode in het display staat. Zie “Wat betekenen de errorcodes op het display van het laadstation?” voor oorzaken van de verschillende errorcodes.
      4. Indien het laadstation verbonden is met een backoffice: Staat het laadstation als ‘beschikbaar’ ingesteld in de backoffice? Het laadstation kan bijvoorbeeld gereserveerd zijn of op 'onbeschikbaar' zijn ingesteld. Controleer dit in de backoffice.
         

      Zijn bovenstaande oorzaken uitgesloten en kunt u alsnog geen sessie starten? Dien dan een 'Request for Service’-ticket in via support.alfen.com.

      Lever hierbij zo mogelijk relevante informatie aan, zoals een errorcode op het display of logging van het laadstation.

      Wat zijn de mogelijke oorzaken van een aardlektrip in de installatie?

      Indien de aardlekautomaat is geactiveerd kan het een aardlek-, kortsluiting- of overstroomsituatie zijn geweest.

      Een 'aardlektrip' betekent dat het er een aardlekstroom is waargenomen. Doorgaans betekent dit een probleem met lekstroom vanuit de installatie of van het voertuig.

      Wij adviseren contact op te nemen met de installateur of beheerder van het laadstation voor onderzoek en eventueel herstel. Bent u de beheerder? Dan kunt u een 'Request for Service'-ticket indienen via support.alfen.com.

      Wat zijn de mogelijk oorzaken van een getripte automaat in de installatie?

      Indien de installatieautomaat is geactiveerd, is er een overstroomsituatie geweest. Dit houdt in dat er te veel stroom werd gevraagd, waarop de overstroombeveiliging is aangesproken.

      Doorgaans is de oorzaak hiervan een foutieve instelling in het laadstation. Staat het laadstation bijvoorbeeld ingesteld op 32A, maar is de installatieautomaat slechts geschikt voor 25A? Dan ontstaat er een overstroomsituatie wanneer een voertuig met 32A gaat laden. Onder “Hoe kan ik de maximale output (in kW) van het laadstation aanpassen?" staat hoe u de betreffende instellingen in het laadstation kunt wijzigen. 

      Een andere mogelijke oorzaak is een defecte installatieautomaat. In de handleiding staan de vereisten voor een installatieautomaat of patronen. De handleidingen zijn hier terug te vinden.

      Wat zijn de mogelijke redenen dat de RFID-(pas)lezer niet functioneert?

      Onderneem de volgende stappen wanneer u het vermoeden heeft dat de RFID- (pas)lezer niet functioneert:

      1. Staat dit laadstation ingesteld om passen te autoriseren met RFID-reader? Controleer de Autorisatie-methode in de instellingen en zorg dat deze niet staat ingesteld op Plug & Charge.
      2. Controleer of de paslezer daadwerkelijk niet functioneert, of dat alleen de laadpas niet functioneert. Leest het laadstation wel andere passen? Dan is vermoedelijk de laadpas defect.
      3. Neemt u geen activiteit vanuit het laadstation (in de vorm van een geluid, LED-lichtje of melding op het display) waar bij het aanbieden van een laadpas? Controleer dan of de connector van de paslezer juist zit bevestigd (hiervoor moet het laadstation geopend worden).

      Heeft bovenstaande niet geholpen? Laat Alfen de paslezer vervangen. Dien hiervoor een 'Request for Service’-ticket in via support.alfen.com.

      Wat is de reden van onderspanning op het laadstation en hoe kan ik dit verhelpen?

      Er kunnen veel redenen de grondslag zijn van een melding van onderspanning. Volgens de NEN1010 mag de spanning 10% afwijken van de 230Vac, waarbij dus 207Vac als ondergrens geldt en 253Vac als bovengrens. Een aantal voertuigmerken kan er ook nadelige gevolg aan ondervinden (bijv. stoppen met laden) als de spanning te laag is.

      De meest voorkomende oorzaken van onderspanning:

      • Als een laadstation op grote afstand staat van de groepenkast en er dunne bekabeling is toegepast, zal de spanning aanzienlijk zakken. Bijvoorbeeld wanneer de spanning in de groepenkast 230Vac is en er een voertuig gaat laden, kan de spanning onder de 207Vac zakken en zal het laadstation een melding van onderspanning (errorcode 212) geven.
      • Het elektriciteitsnet zal de spanning ook iets (circa 4 à 5 Vac) kunnen doen inzakken tijdens de piekuren (7:00-9:00 en 17:00-19:00). Dit kan het verschil maken als er overdag 212Vac beschikbaar is wanneer het laadstation belast is.
      • Bij een 3-fase laadstation dat momenteel op 1-fase is aangesloten, maar is voorbereid op 3-fase (waarbij de kabels dus al aangesloten zijn). De werking op de kabels (capacitief en inductief) kan veroorzaken dat er spanning gemeten wordt en het laadstation zal hier een melding van maken. Als kanttekening: een Renault Zoë kan in deze situatie niet aangesloten worden op het laadstation omdat dit voertuig circa 160Vac op fase 2 terug gaat leveren, waarop het laadstation zal reageren met een melding van onderspanning.

      In zeldzame gevallen komt het voor dat de kilowattuurmeter defect is, waardoor hij verkeerde waardes doorgeeft en zo de illusie wekt dat er onderspanning aanwezig is. In een dergelijke situatie zal de kilowattuurmeter vervangen moeten worden. Hiervoor kunt u een ‘Request for Service’-ticket in te dienen op het Serviceportaal van Alfen.

      Hoe kan ik controleren met hoeveel vermogen (in kW) het voertuig van een eindklant kan opladen?

      Niet altijd is een eindklant op de hoogte van het vermogen waarmee zijn/haar (nieuwe) elektrische voertuig kan opladen.

       

      Om hier advies over te geven, kunt u kijken in op de website van EV database. Hier kunt u per elektrisch voertuig bekijken wat het maximale laadvermogen is (voor 1- of 3-fase).

       

      Vervolgens kunt u de klant adviseren over welk type laadstation het meest geschikt is voor het voertuig. Hou hierbij wel rekening met het beschikbare vermogen op de aansluiting van de klant bij een laadstation dat op een huisaansluiting is aangesloten.